|
|
comments (1)
|
Na een lange reis van zeven en een halve maand (precies) zijn we weer thuis. Hier het laatste blog van deze fantastische reis. Ons laatste reisblog zijn we geindigd toen we in Ulaan Bataar op de trein stapte. Daar pakken we de draad nu dan ook weer op.
Na alle boeman verhalen waren we een beetje huiverig voor de Russische douane. Er doen veel spookverhalen de ronde over de zeer strenge controles en malafide douane beamtes. Maar hier hebben wij niks van gemerkt. Ons douane beamte was zelf erg aardig, gekleed als oude KGB-verzetstrijdster met heuse grote (lees:enorme) pet, lange overjas en een veel te grote versleten leren aktetas kwam deze dame met een glimlach ons visum controleren. Wel moesten we van haar eerst rechtop gaan staan en haar even kort diep in de ogen kijken.. We hadden ons dus nergens druk over hoeven maken. De handelaren werden echter grondig ondervraagd en onderzocht. Ze moesten alletwee, met een groot gedeelte van hun spulletjes meekomen, en eentje zagen we pas de volgende ochtend in Ulan-Ude weer in de trein, zonder spulltjes.
Na veel giswerk en hevige discussies over het mogelijke doel van de handelaren: “Gaan ze helemaal mee naar Moskou om daar de boel te verkopen? Gaan ze gewoon de grens over, geven ze de boel af en dan weer terug? Of stappen ze halverwege uit?” werd onze vraag beantwoord. De transmonolie express is de rijdende zwarte markt van Rusland. Op ieder station dat wij aandoen, wordt de trein opgewacht door drommen Russen. Zodra we stoppen springen de handelaren de trein uit beladen met hun spulletjes en beginnen dan te verkopen. Gedurende 10 of 20 minuten is het voor ons raampje op het perron een drukte en stress van jewelste. Niet alleen de handelaren willen zo snel mogelijk verkopen (hun trein rijdt immers zo weer weg), maar ook de Russen willen zoveel mogelijk in een keer kopen. Jassen, schoenen, bh’s, enorme kleden (van fleece natuurlijk) en broeken vliegen, zonder te passen, over de denkbeeldige toonbank. Als de trein dan weer langzaam op gang komt, springen de handelaren weer aan boord en komen breed glimlachend en al geld tellend weer de coupe binnen. Nog even de boel weer opruimen en dan een tukje doen, of thee drinken bij de buren. Over drie uur is er weer een stop.
Dag drie van de Transmongolie expres 26 september. Het is nu zo rond 4 of 5 uur de derde dag. Het leven en ritme in de trein tussen de stations door krijgt zo langzamerhand enige rust. Een van de twee dames vond ons niet zo aardig, dus die is verhuist naar een coupe met alleen maar handelaren en de andere dame, “Erka” is haar naam, doet goede zaken. Onze coupe begint dus wat leger en daardoor leefbaarder te raken. We hebben, met handen en voeten vrienden kunnen maken met een jongen van twee deuren verderop. Hij heeft in Beijing medicijnen gestudeerd en gaat nu (volgens ons, want het blijft een boel raden en gissen) zijn coschappen doen in Moskou en Vancouver. Hij spreekt alleen geen Engels...
Het landschap blijft onveranderd aan ons raampje voorbij trekken, alhoewel het in steeds frequentere mate wordt onderbroken door grote, gele rook uitslaande fabrieken. We douchen ons, zo goed als dat gaat in de WC, lang leve wetties en onze thee beker voor het uitspoelen van de shampoo en beginnen dan aan onze dag van blogtypen, soesen, lezen en proberen een gesprek aan te knopen. Rond lunchtijd heeft onze provodnika (de conductrice, schoonmaakster en chef de wagon), die tussen twee haakjes gewoon meesmokkeld met de handelaren, heerlijke Guuz gemaakt. Een gefrituurd maanvormig broodje gevuld met schapenvlees. En via een van onze handelsdames krijgen we er zeven voor het zachte prijsje van 2 euro....
Dat Rusland een duur land is, heb ik (Tom) inmiddels aan den levende lijve ondervonden. Ik ging gisteravond 6 blikken bier halen op een bevroren stationnetje in niemandsland en moest 45 roebel per blik betalen (nou is de Roebel, tijdens ons verblijf ongeveer gezakt van 25 roebel voor een Euro naar 40 roebel voor een euro, maar het was toen nog ongeveer 1,50 euro). Nadat we al baalden van de prijs kwamen we er ook nog eens achter dat het om alcohol vrij bier ging...(een behoorlijke tommetje). Dus dacht ik; ‘dan ga ik de restauratie wagen maar eens proberen’. Nou lijkt de restauratie wagen hier, net zoals de rest van Rusland, op een Belgisch wegrestaurant uit de jaren 80. Een 5-tal tafels met banken, een bar, barkrukken en tl-verlichting en dat alles in de warme tinten wit en doperwtjes groen opgefleurd met geel gerookte gordijntjes.
Nog voor dat ik mijn ogen en neus heb kunnen laten wennen aan sigaretten rook en schrale Wodkalucht word ik verwelkomtd door een nog al beschonken en minder aantrekkelijke (Russen zijn vanuit ons perspectief in het algemeen minder aantrekkelijk als de gemiddelde wereldburger) Russin:
“Youvvant Vvvoodkaa?!” roept ze stralend vanaf een of ander rokend en lawaaierig tafeltje en overduidelijk een beetje lammig wiegt ze met het ritme van de trein mijn kant op.
”No thanks” gewoon wat blikken pils en een zakkie chips graag?”
“Welllyooouvfroom?” vraagt de Russische schone,
Terwijl zemet glinsterende ogen haar weg om de bar heen maakt, komt er door de deur aan de andere kant van de wagon een potige Rus in kabeltrui binnengelopen. Hij kijkt even nors onze kant op en bedient dan het tafeltje, de einig die bezet is, van een verse fles Wodka.
“Where I am from?” vraag ik zo vriendelijk mogelijk. “Golland” (zo noemen ze dat hier), I am from Golland...Amsterdam?”
“Aaah you ztrink Vvvooddka witzz meee, my German friend...!”
“No not German, Golland”
“Yesyes Golland” zegt de dame afwezig terwijl ze de kabeltrui wenkt om Wodka te komen brengen.
“Ach what the heck, Ik ben per slot van rekening in Rusland en dit doet me erg Russisch aan”
“Okey, one Wodka” zeg ik.
“Yes yes, German friend. End afteeer Vvvodkaa, we dance...”
“Nou ehhh, thet liked me not so good idea, just give me the vodka? How do you say cheers again in Russian?”
“I zzdoont know” zegt ze fronzend, en hup haar elleboog in die van mij en weg is haar Wodka. “froesnminoescjehoefkof” of iets dergelijks mopelt ze. Ze zal wel doelen op proost, dus ik mompel iets wat er op lijkt en gooi het portglas met Wodka achter in mijn keel. Zeker geen slechte Wodka hier.
“ And now we dance!” roept de barvrouw
“Well no thank you, maybe later? Just the beer and chips please”.
“okey okey later”, zegt ze terwijl ze de spulletjes in een of ander vaag tasje duwt en hard op haar rekenmachine ramt. “sixhunderd Roooeeebel”
“Hoeveel” vraagt ik verbouwereerd? “how much? I mean roebel? That can not be?”
“600 Roebls” bromt in een plotselinge donkere kabeltruistem achter me.
Als ik mij omdraai hoef ik niet meer lang na te denken.
“Later we dance yez?!” wordt me nog nagroepen als ik terug naar onze coupe wandel.
“Rusland is duur”
De 4e dag van de transmongolie expres 27 september. Het is ongeveer ergens in de middag. We hebben gisteren wodka gedronken met Russische/Mongoolse handelaren, de Russische schone en een verdwaalde reiziger. Geen goed plan. Later volgt meer..... (een brakke dag in de trein, na teveel wodka en pils..)
We zitten nu, as we speak (nouja typen dan) aan onze laatste dag van onze reis, 4 oktober. Het is nu kwart voor 8 ’s avonds Warschau tijd, dus een uurtje eerder in Nederland. Onze trein is al ongeveer een half uur onderweg en heeft als eindbestemming Utrecht.
Sinds we uit de transmongolie expres zijn gestapt (de 28e van september) hebben we een boel gedaan:
In Moskou zijn we samen met Wyb, die in Rusland woont, naar een voorstelling van de Notenkraker(Ballet) geweest in het Kremlin. Hebben een leuke citytour gedaan door het centrum van Moskou, natuurlijk het Rode Plein bij avond en dag gezien, traditiegetrouw hebben we na Kameraad HoChiMinh en Mao ook Lenin (Kameraadski 1) maar overgeslagen, wel zagen we wisseling van de wacht bij Kremlin-monument voor gevallen soldaat gezien (die soldaten kunnen werkelijk waar in het Nationaal Show Ballet, zo hoog kunne ze hun benen zwaaien), hebben ergens tussendoor een halve dag staan wachten op ons Belarussia (wit-rusland) visum en erg veel in de metro gezeten die werkelijkwaar oogverblindend mooi is.
Vervolgens zijn we met een slaaptrein naar St. Petersburg gereist waar we ons de gaten in de broek hebben gelopen in het Hermitage wat echt uber-vet is, uren lang hebben gezocht naar het Winterpaleis van de tsaar (Peter I) om erachter te komen dat het weinig voorsteld en we zijn in ons beste kloffie (die gaten van de Hermitage dus) naar een opera voorstelling geweest (Don Carlo, 4 uur Italiaanse opera met muziek van Verdi) in het Marinskii theater, waar we onze reis hebben afgesloten met een glaasje bubbels (niet te drinken, maar het waren bubbels!!). Gisterochtend zijn we met de supersneltrein teruggereden naar Moskou en hebben vervolgens de trein gepakt naar Warschau. Daar kwamen we vanochtend redelijk gaar (weer een wisseling van de onderstellen en douanegrapjes om 3 uur ’s nachts meegemaakt ) aan en hebben de rest van de dag rondgeslenterd in Warschau en ons verbaasd over wat een mooie oude (kiche eigenlijk, want alles is van na 1945) stad het is. Het paleis in het oude centrum (wat een echte must-see is) was natuurlijk iedere maandag gesloten, dus gelukkig hebben we daar maar 2 uur naar lopen zoeken.. De cathedraal hebben we wel gevonden, maar was in volle actie, dus voelden we ons een beetje teveel. Zeker de moeite waard om nog eens terug te komen, net als St. Petersburg en Moskou. Het zijn prachtige steden en die zijn toch nog een beetje meer tijd waard dan ons bliksembezoekje deze week..
Zojuist zijn we dus op de trein gestapt naar huis. Natuurlijk valt er over deze laatste week van onze reis veel te vertellen, er zijn een boel mooie anekdotes over een dronken Russische die verward ons bed wil proberen op te maken, een gestolen laptop (nee niet die van ons..) en Loes die met blote billen door de Hermitage heeft gewandeld en daar pas 2 dagen later achter kwam. Maar na zoveel treinen en 7,5 maand reizen in de benen zijn we daar nu een beetje te moe voor.
Er zal zich echter in de komende maanden vast de gelegenheid voor doen om alle reisverhalen in geuren en kleuren en onder het genot van een hollansche pint en een blokje kaas (en een bitterbal met mosterd!!!) uit de doeken te doen en misschien julie te vermoeien met 1 van de 35 Gigabyte aan foto’s ;-)
Bedankt voor alle lieve reacties, mailtjes, kaartjes. smsjes tijdens en na onze reis, het heeft ons heel erg goed gedaan.
Hopelijk tot gauw!
|
|
comments (1)
|
Vanuit Ulaan Baatar, Mongolie, een kleine update van ons!
Weetje: Ulaan Bataar is de koudste stad ter wereld... “Goh daar hadden wij geen rekening mee gehouden maar bedankt!” Het is hier koud!!!! Na al dat zweten en de zon op ons hoofd, was het voor ons even wennen om sneeuwvlokken en vrieskou te voelen! Want koud is het hier in Mongolie! Het is overdag ongeveer 10 graden en ’s nachts vriest het 5 graden, das wel ff anders dan de 35 graden waar we vandaan komen. Maar ik zal bij het begin beginnen, want de laaste blog zaten we nog in Chengdu China te wachten op onze trein!
Het is nogal en lang blog geworden, dat krijg je als je rete veel meemaakt. Gelukkig gebeurt in NL zo weinig dat jullie vast alle tijd hebben om alles door te lezen en wij dus geen samenvatting hoeven te schrijven. Enjoy!
We gingen dus per trein door naar Xi’An (jaja, die stad van het terracottaleger). De hardsleeper bleek uiteindelijk helemaal niet zo hard en we hebben nog best een paar uur slaap mee kunnen pikken! Het was wel een beetje krapjes, maar wat wil je met 6 bedden per compartiment? Los van dat alles was het dikke prima en kwamen we op tijd aan in Xi’an, waar we met de bus naar het centrum zijn gegaan om een hostel te vinden (as usual). Uiteindelijk zijn we beland in een oude Chinese (gerenoveerde) woonwijk, wat een museum bleek te zijn, fantastisch!
Xi’an zelf is qua stad niet echt super bijzonder, wel zoals verwacht enorm groot. We hebben ons 4 dagen vermaakt en natuurlijk onszelf volgestopt met dumplings en rijst. Naast dumplings zijn we zeker Het Leger niet vergeten. Met een lokale bus zijn we er naar toe gegaan en hebben een dag rondgeslenterd langs ‘pit 1,2 en 3’. Het terracottaleger is gevonden in drie verschillende opgravingen, die men als toerist kan bezoeken. We hadden gelezen dat we het beste van pit 3, naar pit 2 en naar pit 1 konden gaan (van klein naar groot), dus dat doen wij dan ook braaf. En indrukwekkend bleek het wel te zijn. Jeetje, dat iemand het bedenkt om een leger van terracotta van ongeveer 40.000 mannetjes, paarden, karren en dan ook nog eens per soldaat een andere mimiek en kledingstijl aan te meten ter beveiliging van zichzelf? Daar kan je niet anders dan onder de indruk zijn. We nemen dan ook, zoals een goeie Aziaat betaamd, enorm veel foto’s van de beste mannen van klei, en vervolgen onze weg weer terug naar ons eigen museum.
Onze trein naar Beijing vertrekt op 4 september en is een softsleeper, maar ze hadden het net zo goed een hardsleeper kunnen noemen. Daar kun je dus ook niet echt wijs uit worden en dus enigszins gebroken komen we in Beijing aan. En dan? Beijing is namelijk echt HUGE!!! We hadden gelukkig al een hostel geregeld, dus wisten we welke bus we konden nemen. Beijing is overweldigend, zowel in grootte, geluiden, geuren, kleuren, mensen etc. We slapen in een heuse Hutong, een Chinese woonwijk waar het leven zich op straat afspeelt, super leuk! De mensen hier hebben zelf geen toilet, dus zij moeten iedere dag naar het openbaar toilet (waar de heerlijkste geuren vandaan komen) en de rochels gaan vanzelfsprekend gewoon op straat, en langs onze kuiten. Klein fluimpje is er niets bij hier..
We doen het rustig aan in Beijing, omdat we 10 dagen hebben, voordat onze Trans-Mongolie trein vertrekt! We gaan eerst een beetje rondlopen, slenteren tussen de Chinezen door en eten hier en daar weer een dumpling. Maandags op naar de kledingmarkt, want het kan in Mongolie en Rusland nog wel eens koud worden en we hebben weinig warms om aan te trekken.. Nou, dat is ook een ervaring hoor. Ik (Loes) wist niet dat Chinese meisjes zo agressief kunnen zijn. We wisten van te voren dat het goed afdingen geblazen was. Dat bleek ook wel, want ze zaten gemiddeld 8 keer hoger dan de normale gangbare prijs. Een vestje voor Tom was nog relatief eenvoudig gescoord, mijn vest daarentegen werd bijna oorlog. Ik wilde niet meer betalen en zij wilde (natuurlijk) meer geld. Dat ging niet gebeuren, mijn max prijs was bereikt dus ik liep weg. Zij boos en een soort toneelspelletje opgestart dat ik haar winst wegnam en jadiedadieda. Maar goed, geen geld is geen geld, byebye. Wij doorlopen, zij vet agressief achter ons aanstampen, schreeuwen en smijt mijn vest op een hoop en zegt okay, give! Prima dan, ik betaal netjes en wil nog een zakje, maar dat kost me bijna twee blauwe ogen (ookal heb ik die al). Super kwaad draait ze zich om, kijkt ons niet meer aan en negeert ons. Whatever, ik heb een uberwarm vest voor een normale prijs en zij kan zo op voor een oscar voor beste drama-actrice.
Daarna zijn we er ook goed klaar mee en gaan snel weer weg, de buit is binnen.
We gaan de volgende dag naar de Temple of Heaven, wat een enorm park blijkt te zijn. We lopen heel wat kilometers door het prachtige park heen. De tempel of heaven is niet echt een tempel, maar meer een plek van whorshipping. Het is werkelijk prachtig gerestaureerd. We vermaken ons hier prima voor een paar uurtjes (ook tussen alle groepjes gekleurde hoedjes en vlaggetjes) en gaan vervolgens via de Noord-uitgang richting de Pearl Market, een souvenirsmarkt die je niet mag missen. Althans, het plan is om er naar toe te gaan want ons richtinggevoel blijkt nog niet helemaal geland te zijn in Beijing, haha. We lopen enkele kilometers de verkeerde kant op, om vervolgens met enorm zere voeten en een holle maag bij de Pearl Market aan te komen. Dat blijkt geen markt, maar een vijf-verdiepingen betonnen warenhuis te zijn, waar je niet gezien wordt als mens maar als dollarbiljet. We zijn dus ook binnen 30 minuten weer buiten! Al dat getrek aan je armen en geschreeuw is niet echt wat voor ons. Enigszins uitgewandeld gaan we terug naar onze Hutong voor een welverdiende TsingTao.
De volgende dag staat De Muur der Muren op de planning, dus we zijn maar wat blij dat we zo weinig hebben gelopen de dag ervoor, pfff! Hoe moet dat nou, volledig gebroken en met zere voeten naar de muur? Yep en zoals Mao Zedong al zei: “He who has not climbed the Great Wall is not a true man”. Dus tanden op elkaar, vroeg opstaan en op naar de Chinese Muur. We zijn naar een stuk gerestaureerd en een stuk ongerestaureerde muur geweest, vlakbij Badaling (ongeveer 2,5 uur rijden van Beijing). En ja, het is echt indrukwekkend. Het is lastig om te omschrijven, maar als je omhoog klimt, dan zie je alleen maar muur, 1 hele lange muur (klinkt logisch). Het was best een pittige tocht (zoals je op de foto’s kunt zien, haha), 5 km heen en 5 km terug over de muur, op en neer hiken, over randjes balancerend, uitkijkend over landschappen en afgebrokkelde stukjes muur, maar wat tof!
Een onvergetelijke ervaring, om zo samen over de muur klimmen. Helemaal omdat er geen andere toeristen zijn buiten onze groep (oke, we zijn weer met een tourgroepje meegegaan, maar nu heeft het gelukkig wel enorm goed uitgepakt!). Volledig gebroken komen we weer terug in onze Hutong en liggen er vroeg in.
De volgende dag gaan we lekker slenteren naar MonkeyShrine, de organisatie die onze treinreis naar huis in elkaar heeft geklust. Onze paspoorten zijn klaar (inclusief visum voor Mongolie) en we kunnen onze treintickets ophalen, spannend!. Uiteindelijk hebben we alleen onze paspoorten, maar dat geeft niet. Het Mongoolse visum is er, dus de Trans-Mongolieexpress mag nu ook officieel gebeuren..
Het volgende op ons Beijing-programma is de Tempel van Confuscius en de Lama Tempel. Nee, Ruben, Ruben, Arie en Jeroen hebben hier niet hun eigen tempel, maar dit is een van de best bewaard gebleven tempels van Beijing. Goed, maar eerst gaan we naar de tempel van die oude wijze man. We komen er bij binnenkomst snel achter dat als er een tempel gerestaureerd wordt, dit klaarblijkelijk in dezelfde stijl wordt gedaan. Dus blauw met groen en goud en rood op de daken, een draak en een phoenix en glimmende dakpannen. Aangezien we redelijk ervaren tempel-gangers zijn, valt dit ons een beetje tegen. Helemaal als blijkt dat de Lama-tempel, DE tempel van Beijing (niet dus de tempel of Heaven, want dat is geen tempel), precies in dezelfde stijl, kleur en figuren is gerestaureerd. Los van dit is het absoluut een prachtig geheel en geweldig om doorheen te slenteren. We inhaleren weer onze dagelijkse wierrookdampen en als we er genoeg van hebben, wandelen we terug naar de metro!
Vlakbij ons hostel is het grootste plein ter wereld. Het Plein van de Hemelse Vrede (oftewel TianmenSquare) en dat is werkelijk waar huge. Ik heb nog nooit zo’n groot plein gezien. Ook kun je er er naar het gebalsemde lichaam van Mao gaan, maar dat laten de Chinezen niet zomaar zien natuurlijk. Eerst moet je door 16 security poortjes, 28 tassenscanners en 8 rontgenapparaten, waarna je achteraan mag sluiten in een rij van minimaal 2 uur en er vervolgens achter komt dat je camera nog in je broekzak zit, dus je eerst naar het andere eind van het enorme grote plein mag gaan lopen (weer door die 16 poortjes, 28 scanners en 8 rontgenapparaten) om bij de lockers te komen, en dan vervolgens weer dezelfde weg terug te gaan en achterin de rij te sluiten in de brandende zon.. Dit overkwam ons en we hebben dus niet meer de weg teruggenomen om wederom achterin de rij te sluiten.. Dan maar geen gebalsemde Mao, we doen het wel met een foto van de buitenkant.
We zijn ook nog een dag naar ‘het Vogelnest’ geweest, wat een zeer indrukwekkend staaltje architectuur is. Het Olympisch terrein is (hoe kan het ook anders) ubergroot, maar werkelijk prachtig. Ook hebben we nog een antiek- en curiosamarkt gevonden ergens downtown Beijing. Het was echt een kleedjes-verkoop markt a la de Vrijmarkt in Utrecht, waar teveel rotzooi lag, maar heerlijk was om overheen te struinen. De eennalaatste dag hebben we besteed aan de Verboden Stad. Ook prachtig, maar we waren al weer een mini-beetje sightsee-moe, dus we zijn er in een iets hogere versnelling doorheen gegaan.
En toen kwam de dag dat we onszelf konden voorbereiden op onze treinreis! Noodles en zonnebloempitten inslaan en een wake-upcall voor 5.30 uur in de ochtend regelen. We konden allebei niet slapen van de zenuwen, haha! Zoals gezegd ging de wekker erg vroeg, maar alles stond klaar om te gaan, dus uiteindelijk stonden we om 6 uur in de metro richting Beijing Train Station. Daar stond iemand van Monkeyshrine op ons te wachten met onze kaartjes en zij begeleidde ons naar onze plek in de trein. De trein bleek behoorlijk leeg te zijn, dus we hadden de hele wagon voor onze Monkeyshrine groep, totaaal 5 personen. Tom en ik hebben met zijn tweeen een 4 persoonscompartiment gehad, wat een enorme luxe was! De trein vertrok om 7.45 uur in de ochtend en zou de volgende dag na de lunch in Ulaan Baatar, Mongolie aankomen.
En dan zit je in de trein, de trans-mongolie express. Als we naar buiten kijken zien we niet zoveel.. Ons raampje is namelijk enorm vies, boehoe! Maar het bovenraam kan wel open, dus kunnen we naar buiten hangen en in de gang kunnen we door de andere raampjes kijken. Blijkbaar worden alleen de raampjes in de eerste klas (wij hebben tweede) en de eetwagen schoongemaakt.. We zijn nu al onder de indruk van de treinreis en zitten dan ook gauw in de Chinese eetwagon, want daar kunnen we goed naar buiten turen. We maken vrienden met een Canadese jongen Andrew (die we onderweg onze treinreis naar St. Peterburg nog overal tegen zullen komen blijkt later) en Cris, een Braziliaans meisje. Buiten zien we een stuk van de Chinese muur voorbij komen en vervolgens is er een heel stuk leegte. Dat blijft eigenlijk zo tot en met Mongolie. De grensovergang met Mongolie is een bijzondere, want niet alleen wordt de trein door Immigration & Customs gecheckt, maar ook worden de onderstellen veranderd. De Mongolen en Russen hebben het weer net even anders voor elkaar, door een 10 inch smaller (of was het nou breeder..?) spoor te gebruiken dan de rest van de wereld, dus moeten de wielen aangepast worden. Dat is natuurlijk vet tof om te zien en mee te maken, maar de Lonely Planet en Monkeyshrine adviseren verschillend. De een zegt, blijf in de trein (maar bedenk wel dat je 5 uur lang niet naar het toilet kan) en de ander zegt, ga uit de trein zodat je de hangar in kunt lopen om foto’s te nemen. Wij doen beide. Wij hebben en op het perron geplast en vervolgens een 3 km lang sprintje getrokken naar onze coupe (de aller achterste) om alsnog weer in de (al rijdende) trein te jumpen. Vet spannend, maar uiteindelijk wel gelukt.
Per coupe worden we door een locomotief in een hangar gereden, waarna we met een grote (hydrolische, heb ik mij door Tom laten uitleggen) krik de lucht in werden gekrikt. Heel vaag, je zit in de trein en daar loop je doorheen, maar ondertussen heeft je coupe geen onderstel meer en hang je anderhalve meter in de lucht..Wel mooi om mee te maken, maar uiteindelijk duurde het proces alles bij elkaar een beetje te lang. Om 2 uur ’s nachts was de Mongoolse immigratie pas klaar met alles en kon onze trein met nieuwe wielen haar weg vervolgen. Wij konden toen een tukje draaien.
Toen we wakker werden kwam de zon net op en was het uitzicht adembenemend! Wow! Wat een vlakte en wat kunnen we ver kijken! Ongelooflijk. De steppe van Mongolie met her en der een kudde paarden, een struikje, een ger of een kameel. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is, tuft onze trein door dit surrealistische landschap heen! Fantastisch. Als we naar de Dining-car lopen, ja ons raampje in de coupe is niet schoner geworden van al het zand vannacht van de Gobi Woestijn, bijkt deze vervangen te zijn door een Mongoolse diningcar met serieuze hertenkoppen aan de muur, kleedjes over de tafels, perzen op de vloer en houtsnijwerk aan de muren, haha een andere wereld in de trein. We kunnen er geen genoeg van krijgen om naar buiten te staren, met de verrekijker uit het raam te hangen en foto’s te maken van het voorbijglijdende landschap. Voordat we het merken komt de trein tot stilstand en zijn we in Ulaan Baatar.
De hoofdstad van Mongolie ligt in een vallei en bestaat uit allemaal lukraak neergezette huizen en gers. Alleen het centrum heeft enige structuur en “hoge gebouwen” al met al lijkt het op een groot knullig gebouwd Gronings dorp. En nu maar hopen dat er een pickup is van Monkeyshrine, zoals afgesproken. En ja hoor, voor het eerst in ons leven staat er iemand met een bordje: “ mr. Tom Haarman & Ms. Marloes van den Berg”. Whoehoe, dat zijn wij!!!
Snel stappen wij bij de man van Monkeyshrine in de auto en brengt hij ons naar ons hotel, het Miami Hotel. Een tip: Ga er niet heen. Het is een hotel bedoeld voor andere praktijken dan een hostel/guesthouse. De condooms en kleenex lagen op bed klaar, de geluiden spreken boekdelen en Andrew (die Canadese jongen die we overal tegenkomen en dus ook in dit hotel zat) bleek bijvoorbeeld geen shampoo maar een busje glijmiddel in zijn haar te hebben gesmeerd, haha! Ook dat moet je een keer meemaken. Gelukkig blijven we hier maar 1 nachtje en gaan we eerst onze trip regelen met GertoGer. Ja, we gaan 4 dagen trekken per paard/kameel/ossekar door de steppe van Mongolie van herder-familie naar herder-familie. Hoe vet tof is dat?! Nou dat was het zeker.
Allright, een trektocht van vier dagen naar nomadische families? Jazeker, want dat is wat er hier voornamelijk te doen is in Ulaan Baatar en omgeving. De stad zelf heeft – buiten de Chengis Khaan Cult- niet zoveel cultureels te bieden, dus gaan mensen naar de omliggende provincies. Wij vertrekken naar de Bulgan provincie. Een kleine 4 uur rijden met de lokale bus vanuit Ulaan Baatar. Er is slechts een geasfalteerde weg hier en die gaat van en naar Ulaan Baatar, “immer gerade aus” richting het westen,her en der onderbroken door stukken woestijn. Dus met een halve hersenschudding komen we na 4 uur rijden aan bij een busstop. De busstop is het enige eerste stukje, waar meer dan drie huisjes bij elkaar staan in de afgelopen 2,5 uur. Daar staat een dame van GertoGer ons op te wachten en worden we van de grote bus in een kleine minivan gepropt. Vervolgens scheuren we met 90 km/uur over de steppe, wat niet bepaald een effen oppervlakte heeft. We vliegen van voor naar achter en hangen ongeveer ondersteboven in de kofferbak als we na 30 min. de afslag bij het 16e bosje heide nemen en bij onze eerste ger aankomen.
De eerste ger. Jeetje, er staan twee ger’s, een halve omheining en heel veel paarden. Ohja, en natuurlijk een satellietschoteltje op zonne-energie. De familie Byambatogtoh (prachtige mensen) komen ons begroeten, samen met twee enorme honden. Even tussendoor, de herders op de steppe hier hebben geen hond als huisdier, zoals wij dat kennen. Dit zjin allemaal wilde honden, die ’s nachts het vee bewaken tegen dieven en wolven in ruil voor eten. Ze zijn absoluut niet vriendelijk, blaffen naar iedereen en uber-waaks (wat voor jou, Rianne?). Een beetje eng zijn ze dus wel, want ze gaan natuurlijk los als we uitstappen. Maar mr. B verkoopt ze een schop en dan zijn ze weer weg (en nee, dat is niet zielig).
Van zijn vrouw krijgen we (naast een enorme glimlach) een warme milk tea (het ger-drankje waar we de komende 4 dagen ongeveer in verzuipen) en een zuivel snackje. Mr. B. heeft 3 kamelen, ongeveer 40 paarden, 300 geiten en schapen, 1 oude geit, twee honden dus, een heleboel niets en een fantastisch uitzicht! Als ik vraag waar het toilet is, krijg ik een nog grotere glimlach van ms. B. Kijk eens om je heen, is de toilet groot genoeg? Haha, oke dan maar op zoek naar een wat groter bosje heide om achter te kruipen..Milieubewust zijn ze hier ook, de paardenmest gaat op het kacheltje in onze ger, wat best lekker ruikt (oke, klinkt raar, maar is echt zo). Vervolgens gaan we mee met het melken van de paarden, nadat 7 veulentjes eerst drinken. Waar we al snel achterkomen als we zo tussen de kudde paarden lopen is dat paarden enorm veel winden laten. Haha, het is een geknetter van jewelste hier. Na het melken maakt ms. B pannekoeken op de deksel van ons kacheltje, waar ze voor ons uiteindelijk noodles van maakt plus geit/schapenvlees en wortel.
Vervolgens gaan we voor onze eerste rit op een kameel. Die van mij (Loes) is nogal aan het boeren en heeft enorm slappe bulten (ze lijken wel leeggelopen en omgewaaid), waardoor het nogal lastig vasthouden is. Tom zit op een enorme fluffy kameel en zo gaan we op naar een rotsformatie waar de herders regelmatig hun respect laten blijken. Er worden blauwe zijden linten aan vastgebonden en geld tussen de rotsspleten gestopt.
Bij de rotsen wordt mr B. onverwachts vervangen door de broer van ms. B. mr Tan (waarschijnlijk moest mr. B op de thee bij de buren). Dan is het tijd om terug te gaan en maakt ms. B. rijst met vlees, wortel, aardappel en gaat de kachel aan en is het tijd om in onze mongoolse bedjes te gaan slapen.
De volgende ochtend staan we om 6 uur op en zien een prachtige zonsopgang op de steppe. De geiten worden weggebracht en gemolken en als ontbijt hebben we koekjes, milktea en kaas. Dan volgt een fotosessie in heuse mongoolse kledij, wat een prachtige en trotse mensen zijn de Mongolen hier. Om bij de volgende familie te komen moeten we 12 km te paard (Tom) en kameel (Loes) afleggen. Tom had wat kleine opstartproblemen met zijn ros, maar daarna was hij een heuse Clint Eastwoord. Spannend is het nog wel, als we door een moeras gaan met de kamelen en het paard, ze gleden continu weg en struikelden veel, maar gelukkig zijn we niet gevallen. Daarna hebben we een stuk gelopen en de dieren laten grazen (vreemd gevoel, je eigen kameel of paard uitlaten in de steppe). Vooral als je kameel de neiging heeft boeren te laten in je gezicht...., het hoort er allemaal bij.
Bij aankomst bij de volgende familie zien we drie gers in totaal, wat een luxe. Wederom een satelleliet op zonne-energie. Een kookger en een slaapger met allebei prachtige kleuren binnenin. De jongste dochter is meteen vrienden voor het leven met Tom. Het toilet is hier niet “the great outdoor”, maar een gat in de grond met een zeildoek eromheen (en nee, dit is geen verbetering ten opzichte van het hoge heidebosje). Na een flinke dosis milktea gaan we op de ossekar met een oude piepende, diarreende os, die op een gegeven moment door zijn hoeven zakt. Uiteindelijk komen we bij zandduinen uit, waar we goed genieten van het prachtige uitzicht & landschap. Daarna met de halve zandduinen in onze schoenen terug naar de ger. We krijgen verse yoghurt voorgeschoteld, wat echt super lekker is. Voor het slapen gaan hoeden Tom en ik nog even 250 geiten weg, die voor onze gerdeur stonden. Naast dat paarden veel winden laten, kamelen veel boeren zijn we er ook achtergekomen dat geiten veel proesten, vet grappig, maar niet als er 250 voor je ger staan en je wilt gaan slapen.
Het ontbijt is gewone thee, witbrood met een erg dik boter-melk met vel mengsel en suiker en een kleffe zoete donut. Het weer is koud, met zon en gure wind. De bagage gaat op de motor naar de volgende herderfamilie en wij gaan straks per paard naar ger drie. Ik en paardrijden blijkt uiteindelijk niet de beste combinatie, dus ik ga voor de gemotoriseerde ros (nieuwe motor van de herder) en Tom hobbelt met zijn paard verder (op een houten zadel, de held!). Motor- en paardenrit is prachtig en gaat dwars door de zandduinen. De derde ger ligt op een heuvel, vlakbij een mooi meer en groenig landschap. Bij aankomst mocht Loes direct aan de Airag (gefermenteerde paardenmelk met alcohol) en koekjes. De Oma (92) van de familie zit op de bank te boeren en te winden wat hier heel normaal is, drie vrouwen maken op 30 cm allerlei gevulde deeghappen (waarschijnlijk geit/schapenvlees) en een kleine uk van nog geen 1 jaar hangt een beetje aan de tafel.Kortom een zeer bijzonder tafereel. Als ook Tom (met blauwe ballen) aankomt zit de hele ger al snel vol met mensen, waardoor de familiebanden nog onduidelijker worden. We eten de gefrituurde deeghapjes, best lekker.
De Airag wordt doorgepaasd en er wordt druk gekletst en gelachen, alleen verstaan we er helemaal geen hol van. Maar gezellig is het wel!
Onze ger heeft helaas geen verwarming en dat gaan we weten die nacht.. Tom presteert het trouwens nog wel om van zijn ros geslingerd te worden, met zijn voet in de beugels te blijven hangen en zo 8 bosjes heide mee te nemen in zijn tocht totdat zijn voet losschiet. Fijn, die waakse wilde honden die iedereen enigszins in de buurt (dus ook paarden) aanvallen.. Dan is de zon onder en valt het leven hier stil!! En dat het dus koud kan worden in Mongolie, daar komen we snel achter. Zeker op de steppe in een ger zonder kachel met twee dekentjes... Als we wakker worden sneeuwt het in onze ger, ademem we enorme wolken stoom uit en zijn onze tenen blauw. Kortom het is best fris hier en we hebben niet heel veel geslapen..
We maken die ochtend een mooie wandeling door de steppe (met allebei een Mongsoolse jas onder onze kleding tegen de kou). We vertrekken aan het einde van de dag weer met de minivan naar de grote bus, om vervolgens om een uurtje of half 10 ’s avonds weer onze ‘ eigen’ ger open te maken en ons warme bedje in te duiken. Wow, het was echt een prachtige ervaring. Volledig in het Mongoolse nomadische leven te zijn ondergedompeld, voor ons iets om nooit meer te vergeten.
Helaas is het nu in Ulaan Baatar niet veel warmer geworden en hebben we dus maar al onze zomerse kleren over elkaar aangetrokken en een lange onderbroek aangeschaft, om het nog een beetje warm te hebben hier in in 8 graden overdag en -5 ’s nachts.. Hopelijk is het in Moskou wat beter dan dit, want anders wordt het goed bikkelen voor ons.
Het is nu woensdag de 22e september en we vertrekken over 2 dagen naar Moskou. Dat is een (nonstop) treinrit van 5 dagen, zonder douche, dus dat wordt lekker stinken in de trein, haha. We zitten in DE trein, namelijk nummer 5. Dat schijnt de trein te zijn vol alle Mongoolse en Russische handelaren, dus we nemen maar een flesje wodka mee en een doos instant noodles en dan zijn we er klaar voor. Helaas weten we nu al dat we 11 uur mogen wachten aan de grens met Rusland. Ze doen er lekker rustig over om alle paspoorten te controleren, dus we zijn benieuwd.
De verdere planning is als volgt:
De 29e sept zijn we in Moskou, waar we een city tour hebben. Ook nog een biertje met Wyp (mijn oud-huisgenootje uit Groningen) gaan drinken, een balletvoorstelling meepikken en op 1 oktober weer vertrekken per trein naar St. Petersburg. Daar hebben we nog een operavoorstelling in het Marrinsky-theater en willen we graag naar de Hermitage. Vervolgens stappen we 3 oktober op de trein naar Warsaw, waar we dan 4 oktober aankomen om vervolgens over te stappen (gelukkig hebben we daar 14 uur de tijd voor..) op de trein naar Utrecht Centraal, waar we op 5 oktober om 10 uur ’s ochtends zullen aankomen. En dan, dan zijn we weer thuis (waarschijnlijk zal ons laatste blog ook uit Nederland komen).
We hebben er zin in om iedereen weer te zien, maar we gaan eerst de komende twee weken nog even volop genieten van ons laatste deel van deze prachtige reis!
Vanuit Mongolie een hele dikke kus en tot gauw!
Tom & Loes
PS alle foto’s staan weer zoals vanouds onder de fotoalbums (zie links). Picasa werkt wel in Mongolie.
|
|
comments (1)
|
Hallo allemaal,
We zitten momenteel in Chengdu te wachten op onze hardsleeper trein naar Xi'An. Die vertrek om 10uur vanavond.
Mooi de tijd om even een kleine update te plaatsen. Want een kleine update plaatsen op het Internet kost in China toch al gauw een halve dag...
Na ons treinavontuur, zie ons laatste blog, zijn we aangekomen in Guilin. Een klein provincie stadje in het zuiden van China. Vanuit Guilin hebben we met een tour de Dragon Backbone Rice Terraces bezocht. Wat, afgezien van de enorme tourbus, een massale haarslingershow en een gestreste onverstaanbare guide enorme schitterende uitzichten en foto's heeft opgeleverd. De dag erna zijn we dan ook maar zelf op de fiets gestapt om de Reed fluut cave te bekijken. Een prachtige druipsteengrot die is omgetoverd in een soort land-van-ooit attractie. In de grot is een gangenstelsel onstaan en hebben de stalagnieten en stalagtieten de meest bijzondere figuren gevormd. Gelukkig hebben de Chinezen een zeer ruime fantasie en dat gecombineerd met een heleboel led-verlichting heeft wederom schitterende foto's opgeleverd.
Na Guilin zijn we met de locale bus naar Yuangshou gereist, een klein (voor Chinese begrippen) plaatsje ten zuiden van Guilin wat zo mogelijk nog mooier is. Het is gelegen aan een rivier en omringd door, door regen ge-erodeerde limestone heuvels met de meest prachtige namen zoals hill of the green Lotus, Giant mirror Hill, en the ever changing wise man Hill.
In Yuangsho hebben we een schitterende fietstocht gemaakt naar een brug met de veelbelovende naam "300 jear old dragon bridge". De tocht er naar toe was prachtig, maar de brug was gewoon een brug. Dus hebben we onze fiets op een bamboevlotje gelegd en zijn we via de rivier terug afgezakt. Het lanschap rond de rivier werd nog steeds gedomineerd door limestone pieken en de rivier was lettelijk zo glad als een spiegel, wat wederom erg mooie foto's heeft opgeleverd.
De volgende dag zijn we 's ochtends heel vroeg de andere kant van de rivier opgevaren om de zonsopgang te zien bij " Yellow Clothes in the water" een stukje van de rivier dat volgens de Chinese president en Bill Cllinton het mooiste plekje in China is. Zo mooi in ieder geval dat het op het 20 Yuan briefje staat en op een stuk of honderd (na de naselectie) van onze foto's.
En nu zitten we in Chengdu, vooral bekend als startpunt voor reizen naar Tibet en om haar Panda rescue and Breeding program. Deze laatste hebben wij bezocht. Een soort dierentuin alleen voor panda's waar ze, letterlijk, gefokt worden. Maar des al niet te min erg leuk om deze zeldzame dieren (er zijn er nog maar 1000, waarvan 200 in het wild) te zien. Ook op de foto dus! Net als het WuHou tempelpark dat, ter extra plezier van Tom, gewijd is aan de helden uit de Chinese saga "Romance of te three Kindoms, waarvan Tom deel 1 heeft gelezen. We zijn driftig op zoek naar deel twee, maar engelse boeken zijn hier moeilijk te krijgen. Chinezen gaan er sowieso van uit dat iedereen Mandarin spreekt, zo werden we in de bus naar WuHou toe gade geslagen door een groepje van drie gepensioneerde Chinese dames. Nadat Loes hun een vriendelijke glimlach toe had geworpen begon er een ware waterval aan vragen, in het Chinees. Slechts na druk gebaren en hulp van een jonger Chinees meisje konden we kenbaar maken dat we helaas geen Mandarin spraken. Wat de borstelige wenkbrouwen van onze medepassagiers toch enigsinds deed rijzen en resulteerde in een drukke discussie onderling. Gelukkig waren we genoodzaakt (de bus was nog al vol, denk lijn 11 zernike vol met chinezen) door te schuiven zodat we niet nog meer prangende Chinese vragen hoefden te ontwijken.
Nu hebben wij met onze top camera al veel mooie foto's mogen maken. Maar hier in China hebben we toch wel echt de meest prachtige foto;s geschoten. Wil het nu net dat het politbureau van China en Google geen vriendjes zijn en Picasa hier niet of nauwelijks werkt. Om jullie toch niet van onze foto's te onthouden hebben we voor China een beetje omslachtige manier gevonden om onze foto's te uploaden.
Via de onderstaande link kom je op onze pagina van een website genaamd snapfish.
Vervolgens kun je je rechtsboven in de site aanmelden met de volgende gegegvens:
gebruikersnaam: loesentom@gmail.com
wachtwoord: China2010 (met hoofdletter)
We denken dat we in Mongolie gewoon weer op picasa kunnen, dus dan zetten we alles over.
Verder hebben we in Chengdu niet veel gedaan, behalven dan dat we een beginnetje hebben gemaakt met het zoeken naar een huis en solliciteren naar een baan voor als we weer terug zijn in NL....En nu zitten we dus al ongeveer een uurtje te typen, want niet alleen Converseren in de bus, een blog plaatsten, de weg vinden, bellen (we hebben dus ook alweer een nieuw telefoonnummer), maar ook foto's uploaden (Picasa werkt dus ook niet) is een uitdaging in China. Ook onze website heeft kuren hier (spam en een rare layout voor ons) dus we hopen dat de site het bij jullie gewoon nog doet.
Straks in de trein in (een hardsleeper) op naar Xi'An en het wereldberoemde terracotta leger. Dat zal vast weer een boel foto's opleveren!
Liefs Loes en Tom
PS: Ons nieuwe Chinese nummer is: +8615114042541
|
|
comments (0)
|
En daar gingen we dan. Na lang, maar niet onprettig wachten in HongKong vertrokken we voor onseerste deel van de treinreis naar huis. De treinreis door China. En zoals zal blijken vielen we met onze neus in de boter.
Omdat we aan het backpacken zijn, betekent dat dat we soms ook aan het budget moeten denken. Backpackers moeten nou eenmaal low-budget-reizen anders hadden we wel een rol koffer meegenomen en waren we wat langer in HongKong blijven plakken.
Maar goed het resultaat is dus dat we voor het goedkoopste treinkaartje gaan. Nu kun je in China in het algemeen kiezen uit vier soorten kaartjes: hardseat, softseat, hardsleeper en softsleeper. Waarbijde prijs gelijkaan omhoog gaat. Onze eertse treinrit in China was een
nachtelijke14 uurtjes van Guazhuan naar Nanning en die dachten wij wel te kunnen volbrengen in een soft-seat. We hadden in Vietnam een blik kunnen werpen op een hard-sleeper: “6
Aziaten met al hun spullen in een ruimte van 1m bij 2m met zes plankjes. Nee dank u, wij gaan wel op een kussentje zitten.”
Nu om een beeldte scheppen van 14 uurtjes soft-seat (wat na 3 uur al in een hard-seatveranderd is)de volgende beeldschets.
Onze twee helden(wij) bevinden zich in treinstel 6 op stoel 1 en 2 direct links van de ingang van het treinstel. Het treinstel is een coupe waar de stoelen in setjes van 4of 6 tegenover elkaar zijn geplaatst. In de gehele coupe kunnen 112 mensen zitten. Tegenover de stoelen van de enige twee blanke passagiers aan boord van de trein bevinden zich stoel 3 en 4 die bezet
worden door twee vriendinnen alsmede een Aziaat met 4 grote dozen. Welke na een klein kwartiertje staren tochheeft geconcludeerd dat onze huid blanker is als de zijne. (de rest van decoupe overigens nog niet) en nee, hij heeft niet ook een kaartje met stoel 3 of 4.
Aan de anderekant van het gangpad bevinden zich niet de gebruikelijke 6 stoelen maar een houten afscheiding die veel weg heeft van een bar waar een als maar groeiend nummer
Chinezen aan hangt. Na enige speculatie besluiten de helden dat het hier om een soort congierge/conducteur/coupe-attende vrije hangplaats gaat. Schuin achter stoel 1en 2 (direct achter het hokje/bar) bevindt zich een heet watertap, waar ongeveer iedere 1,3 minuut (mediaan) iemand zijn/haar bakje instant-noodles van heet water staat te voorzien. Welke vervolgens onder luid gesmak en geslurp, zonder er een geheim van te maken wat men van de smaak van de desbetreffende bak instantnoodles vindt, wordt genuttigd. (en natuurlijk kunnen de helden van dit verhaal hierin niet achterblijven)
Achter stoel 3 en 4 bevinden zich de stoelen 5 en 6 met daar tegenover 13 en 14 (volgt u het nog) waar een ietwat stonede Chinees, met wel erg lange nagels, iedere piepje van zijn kroost beantwoordt met een liedje die hij met zijn bronze Chinese stem door de hele coupe laat galmen.
In het gangpad midden in de coupe zijn inmiddels treinmedewerkers gaan staan met allerhande handige gadgets voor in de trein.Denk aan stuiterballen, handige schaartjes, tandenborstels en plastic figuurtjes die je aan je pols kunt hangen. Er worden verkooppresentaties gegeven alsof we op een gezellige tuperware party zijn. Om het geheel het idee te geven van eengoed gesmeerde machine komt er om de vijf minuten een trolie voorbij die, geen enkels ontziend, als een razende roeland door het gangpad sjeest. Ondertussen ishet groepje mensen links van ons aangezweeld tot een mannetje (en vrouwtje) of 27 en je kunt voorstellen dat wanneer we je vertellen dat het gangpad dat onze helden scheidde van het barretje /verzamelplek/ conducteurhokje slecht 30CM bedroeg onze helden enigszins in het gedrang kwamen. Helemaal toen duidelijk werd waarom iedereen daar stond.
Naar blijkt kun je een goedkoper “staankaartje” kopen en je dan inde trein inschrijven voor een vrijgekomen zitplaats. Na de eerste stop als de conducteur met belangrijke paperassen weer in zijn hokje stapt, gaat het hek dan ook goed van de dam. Het beeld is het beste te vergelijken van een miniatuurversie van zwarte donderdag op Wallstreet. Mensen die bijna op elkaars nek klimmen, om het hardst naar de stowiesijnse conducteur schreeuwen en zo hard mogeliijk met een zo’n dik mogelijk stapeltjeYen zwaaien. Erg vermakelijk, zeker als de zittende passagiers zich niet hun bakje instantnoodles laten ontzeggen en met de hete noodles boven de hoofden van onze enigsinds verraste helden balanserend de deinende mensen proberen te passeren. En natuurlijk de trollies, maar daarvoor gaat iedereen aan de kant.
Goed zeer vermakelijkdus, en ook als het tafereel zich een tweede keer (gelukkig in iets mindermate) herhaald kan het nog een glimlachop ons gezicht toveren, maar om half twaalf met nog 7 en een half uur voor deboeg wordt het toch iets minder leuk. Tot overmaat van onze relaxedheid is Akela bronsstem in zijn roes gezonken en kan zijn kroos niet meer in bedwang worden gehouden. Dit tot vreugde van vrouwlief die haar kinderen stimuleert hun net geleerde Engels op ons bot te vieren. Om een uurtje of half twee krijgt Loes inmiddels, toeggeven aan het feit dat we deze nacht niet zullen slapen,verzonken in haar boek te horen, dat een meisje haar toch wel erg boooetifful vindt. Verder worden er wat engelse woorden gewisseld en leren wij onze eerste woordjes Mandarin. Best vermakelijk voor even denken ook de twee vriendinnetjes tegenover ons (de dozenman is inmiddels uitgestapt met z’n spulletjes). EnHop, er wordt de hele tijd gelachen naar ons en wij (met name Loes) komen we moeilijk verder met lezen. Als een van de vriendinnetjes ons ingedroogde sardientjes aanbiedt in een pikant sausje zijn wij zo beleefd om deze aan te nemen. Voor dat we het weten staat de kroost van Akela Bronsman te zwaaien met zakjes gedroogde sardientjes en tot onze grootte blijdschap vind het meisje dat Loes zo boooeteful vindt het nodig als stand-in voor haar pappa te fungeren en zingt een Chinees nummer a la een Aziatische Mariah Carey voor ons. Lief lachenen, luisteren en daarna de ogen stijf dicht en doen alsof je slaapt... Soms zien we door een half geopend oog het meisje nog steeds naar Loes lachen en het jongetje zwaaien met een zakje gedroogde sardientjes, maar dan rond een uurtje of 3 moeten ze toch echt te trein uit. Nou Bye.. ja.. Bye...Xiexie.
Na een kleine rustige 4 uurtjes soezen, nog steeds zonder slaap daarvoor zijn de stoelen te krap, begint het licht te worden en denkt de beurshandelaar die succes heeftgehad met stoel 5 dat het tijd wordt voorde hele coupe om wakker te worden. Laat hij nou juist een nieuwe mobile letelefoon hebben gekocht met al zijn favoriete liedjes die heel hard kan.Goeiemorgen! Gelukkig is zijn buurman het erg met zijn muziek eens en begint, terwijl zich scheert, een geanimeerd gesprek over de muziek heen. Of we al wakker waren? Gelukkig, dat wel. Noggelukkiger is Nanning vlak bij en mogen wij eindelijk opstaan en weer wat bloed naar onze benen brengen.
Aangekomen in Nanning besluiten we de ontberingen nog even door te laten gaan. Direct uit de trein hopla, aansluiten geblazen achter een rij net wakkere en nog keelschrapende en flink rochelende Nanningers voor een kaartje naar Guilin. Nu staat er op station Nanning helemaal niks in het Romaanse (lees engels of iets anders oncijferbaars) schrift aangeduid dus hebben met goed geluk een rij gekozen, bij het loketje de LP met de originele Mandarin naam van Guilin tegen het raam gedrukt en twee vingers omhoog gehouden. Vervolgens13 euro armer konden we direct doorlopen naar onze volgende trein, die al voor ons klaar staat en 30 minuten later ook echt vertrekt. De geluksbuddha’s zijn nog steeds met ons!
En in die treinzitten we nu, op hard-seats. En daar is geen woord over gelogen. Met z’n drieenop een bankje die je het beste kunt vergelijken met betonnen bankjes uit een jaren 70 park in een nieuwbouwwijk in NL. Alleen dan met een plat kussentje.Omringt door kinderen, eten, rochelende en spugende mensen en het mooieuitzicht verstopt achter gordijntjes zitten we nu te wachten tot we eindelijkde trein uitmogen.
De kop is er af, en wat voor een. Dit is in ieder geval een treinervaring die we nooit meer hoeven over te doen maar ook zeker nooit hadden willen missen. Straks heerlijk douchen, Loes naar het toilet omdat zij met gegronde en noodzakelijke redenen dat 36 uur heeft opgehouden en een tukje draaien danmaar..Oh en daarvoor natuurlijk eerst een Chinees biertje doen.
Liefs Loes en Tom
|
|
comments (2)
|
Allereerst ons nieuwe nummer: 64788926. De landcode voor Hong Kong is +852 en straks (vanaf 16 augustus) + 86 voor in China, mocht je ons willen smsen..
Heb je toevallig onlangs geprobeerd te smsen, maar geen reactie of ontvangstbevesting gehad? Dat kan, want in Vietnam konden wij geen smsjes ontvangen, kwamen we achter..... Nu in Hong Kong en China zal het vast beter gaan.
Na Saigon was onze eerste Vietnam-stop tijdens onze “treinreis naar Utrecht” het kust plaatsje Nha Trang. En veel meer als een kustplaats is het dan ook niet. Dus na twee magnifieke duiken (Tom) wat rode nagels (Loes), een lekker hapje, een dagje strand en te zijn afgezet door het postkantoor wilden wij de treinreis voortzetten richting Hoi An... Wat heet, Vietnam heeft vakantie dus “Evlyfhing Vooolie Bukt”. De bus dus. Nu vinden wij de bus erg leuk en we zijn dan ook zonder te mokken in de bus gestapt, op naar Hoi An.
Hoi An is een zeer leuk, iets (te) toeristisch, pittoresk stadje dat vooral bekend staat om haar kleermakers. Wij hebben dus ook vijf dagen lang staan opmeten, hermeten, gewacht, passen, op onze billen getikt te worden (vooral Tom) door mr. Xe de kleermaker en nog een laatste keertje meten en passen. Nu is wachten in Hoi An verder geen straf hoor. We hebben een leuke boottocht gemaakt, hebben veel en fijn rond gefietst en een dagje aan het strand gelegen.Met een zeer mooi eindresultaat! Mocht je ook kleren op maat willen laten maken in Hoi An,wij kunnen mr. Xe of Thuy An Clothes shop zeker aanbevelen (en nu nog duimen dat ons pakketje helemaal heel in Nederland aankomt).
En toen weer verder (per bus weer.. helaas) naar de romantische stad Hue, met haar Perfume river, citadel en eeuwenoude Tombes... Misschien is het wel zo in Vietnam dat als je er veel van verwacht dat het tegenvalt en andersom. Hue is heel druk, superheet en onvriendelijk. We hebben de citadel twee dagen de kans gegeven om leuk te worden. We zijn er doorheen gefietst en gewandeld, hebben er aan geroken en gesnoven, maar aan ons was het niet besteed. Wel hebben we een top motortrip gedaan, deze keer niet zelf maar de hele dag bij locals achterop. Eerst reden we via een prachtige route door de rijstvelden naar een dorpje met een zeer oude brug (lijkt op de brug in Hoi An) waar alle oude van dagen van het dorpje liggen te chillen en zitten te roddelen. En, in hetzelfde dorpje, hebben we een rijst museum bezocht dat gerund wordt door een zeer enthousiast 1.10 m hoog vrouwtje van 77 + jaar. Vervolgens ging de brommertour verder langs tempels en een van de keizerlijke tombes. Die best imposant was, helemaal als je weet dat deze keizer iedere dag van 50 (!) verschillende chefs een top-gerecht op tafel wilde zien, uitgeserveerd door ook 50 bedienden. En dat 3 maaltijden per dag geserveerd met thee gezet van ochtenddauw. Maar goed, de tombe zelf was niet zo heel imposant. Misschien ook wel niet helemaal eerlijk met Angkor Wat nog vers in ons geheugen. Ook hebben we nog een zeer toeristische hoeden- en wierookmakerij bezocht waarbij het er zo dik bovenop lag dat zelfs onze guide/chauffeur zich ervoor schaamde, haha. En omdat de trip zo leuk was hebben we de volgende dag toch maar een bezoekje aan het oude paleis in de citadel gebracht.
En toen (met weinig verwachtingen) op naar Hanoi. Eindelijk weer in de trein die stilstond op Hanoi toen wij om half zes ’s ochtends wakker werden... Best goed geslapen voor een uurtje! Dus backpack op de rug en hup in de taxi met een frauduleuse meter. Dat was weer fijn. Dus boos de taxi uit en dan maar lopen door een schijnbaar uitgestorven stad. Nu is er in het midden van Hanoi een park met het welbekende meer “van het terruggegeven zwaard” waarhet s’ ochtends vroeg een plotselinge drukte van belang is. Hijgende, puffende, serieus kijkende Hanoiers die van allerlei ongesynchroniseerde rek en strek oefeningen staan te doen. En daar gingen wij met onze backpack en wallen doorheen. Welkom in Hanoi!
Nu is Hanoi best een leuke stad als je er aan gewend bent (na een dag en wat wel verdiende nachtrust). Op de straten beweegt alles en iedereen zich langs elkaar voort. Fietsers, voetgangers, taxi’s, bussen, venters en heel veel brommers begeven zich allemaal op de zelfde weg en vaak ook nog eens in 5 verschillende richtingen zonder dat er een ongeluk gebeurt. En langs deze straten is het vol met shopjes, er is geen deur waar geen winkel achter zit. En, heel ouderwets, iedere straat heeft zo zijn eigen waar. Zo is er een brillenstraat, een kledingstraat, een straat met postzegels en aanverwanten,een straat met brommer onderdelen, een straat met schroefjes en spijkers, enz. Erg leuk om doorheen te lopen. Een vriendelijk praatje maken met de mensen zit er echter niet echt in, het is dat je geld komt brengen anders zouden ze je er gelijk uit zetten.
Maar goed we waren niet alleen voor de gezelligheid in Hanoi, maar ook om ons Chinees visum te regelen. We hadden op internet veel negatieve berichten gelezen over de (on)mogelijkheid je Chinese visum in Hanoi te regelen. Wij kunnen dat natuurlijk wel en na lang zoeken was er inderdaad een Vietnamees die niet zei dat het niet kon. Wij nog zeggen dat we echt nog nooit in China waren geweest en dat dat over het algemeen wel een vereiste was. Nee geen probleen; “Je arrengonette (Frans). Over drie dagen weten we meer. Na drie dagen hoopvol te hebben rondgewandeld in Hanoi (naar Impecable Me geweest in3D, erg vermakelijk) kregen we te horen dat het toch niet mogelijk was, we waren namelijk nog nooit in China geweest.... Goh echt, nou bedankt hoor! Dan was er nog maar een oplossing; weer onze treinreis onderbreken en een veel te duur vliegticket naar Hong Kong kopen om daar zo snel mogelijk een visum te gaan regelen.
Vietnam samengevat: “merkwaardig” en vol “tegenstellingen” voor ons. Helemaal toen de miep van de douane op het vliegveld ook nog eens begon te miepen dat we onze vervolgreis naar China en Rusland niet konden aantonen?(Datgaat jouw kamaraadski nr. 1 geen snars an!) Dat ons Vietnamees visum nietklopte (bij de Cambodiaanse grens gekregen) “Of we alsjeblieft niet meer terugwillen komen?.... Dat weten we nog niet.
Hong Kong
En toen was daar HongKong, een super-de-luxe vliegveld, een glimlach van de douanebeamte en een gratis stempel voor 90 dagen in je paspoort. Kijk, zo kan het ook! Vervolgens een ultra moderne trein in en op naar de stad. Wauw, en wij dachten dat er in Jakarta en Kuala Lumpur veel grote malls en wolkenkrabbers stonden. Wat een stad en wat een bruut gebouwen-geweld! Iedereen met een voorliefde of interesse in architectuur kan hier zijn hart ophalen. We zijn hier nu nog maar twee dagen, maar vinden het nu al uber-vet. Als is het overnachten wel erg duur en slapen we voor 20 USD in een koelcel zonder ramen van 4 m2. En hebben we de eerste dag Indiaas gegeten bij restaurant Gaylord en zijn we vervolgens per ongeluk doorgezakt in een kroeg met alleen maar bonkige kerels. Misschien hadden we wat moeten opmerken door de vele Madonna plaatjes die voorbij kwamen of het feit dat Loes de enige vrouw was in de hele toko? (als we de mannelijke serveerster met lage hese stem even vergeten) Maar het was wel erg gezellig.
Na een volgende uiterst trage en ietswat brakke dag, hebben we vandaag de draad weer opgepakt, want zojuist hebben we onze kaartjes voor de TransMongolie-Expres gekocht en de verdere terugreis uitgestippeld! We blijven hier nog een paar dagen, het duurt hier namelijk maar 5 dagen om je visum voor China en Rusland te regelen!! De komende dagen zullen we vullen met malls, mooie merken (Loes heeft al staan dromen voor de etalages van Manolo Blahnik en Christian Louboutin), fantastische uitzichten en lange wandelingen (80% van Hong Kong is groen!). En dan stappen we maandag weer in de trein naar Nanning (China) om een beetje dichterbij Utrecht te komen.
Liefs en kus uit Hong Kong
Tom & Loes
|
|
comments (2)
|
‘As we speak’ zijn we op weg naar huis…. Oke, nu duurt het gelukkig nog wel even voordat we daadwerkelijk in Utrecht zijn, maar we zijn onderweg... We zijn zojuist (ongeveer een uurtje geleden) in Ho Chi Minh op de trein gestapt en zullen ergens in oktober uitstappen op Utrecht Centraal.
Tijdens onze reis hebben we al vaker plannen aangepast, gewikt, gewogen, besluiteloos blijven plakken op een eiland om uiteindelijk toch weer uit te komen bij ons orginele plan. Zo waren we (toen we een lange tijd terug met onze eerste reisplannen zaten) al van plan om met de Transmongolie Express te gaan reizen. Zo gaan we dat dan ook maar weer doen. Dus in plaats van omslachtig van Beijing terug te vliegen naar Bangkok en via Bangkok uiteindelijk naar Dusseldorf te vliegen pakken we vanuit Beijing de trein naar Mongolie en dan in 9 dagen naar Moskou, om vervolgens via Witrusland in Utrecht uit te komen ergens eind oktober. Anders gezegd: Vanaf nu reizen we alleen nog maar met de trein en we zijn zojuist ingestapt om aan onze lange terugreis te gaan beginnen.
Nog een kleine verandering is dat Moeke Natuur zin had om Zuid-China en dan met name de provincie Yunnan (waar wij dus heen wilden) alsmede Noord-Vietnam te veranderen in een grote stromende modder massa. Resultaat: Miljoenen zonder huis, enorme chaos,geen verkeer en geen reis voor ons dus. Dus dan maar, omdat het moet, via de kust van China omhoog. Ongeveer als volgt; Hanoi, Nanning, Hongkong, Shanghai,Xi’an, Beijing.
Maar goed, dat is planning voor wat nog komen gaat. Eerst weer even bij praten over de laatste maand. Ons laatste blog hebben we geplaats vanaf Don Khone, Si Pan Don (4000 Islands) in Laos. En tussen toen en nu hebben we per bus een bliksembezoek gebracht aan Cambodja. Vanuit Laos zijn we direct naar Siem Reap gereden. Een klein stadje in het westen van Cambodja dat vooral bekend is omeen van de Wereldwonderen: de tempels van Angkor. Omdat we de avond ervoor -na een gare busreis- 10 hotels hebben bekeken en we onsbezoek aan Angkor niet willen overhaasten, hebben we de eerste dag in Siem Reap doorgebracht op de markt en het verbazingwekkend goede museum (zoals onze trouwelezers inmiddels weten stellen musea in ZO Azie over het algemeen teleur).
De volgende dag werden we opgepikt door onze TukTuk Chauffeur ‘ SeeYa’ en op naar Ankgkor Wat. Nu kunnen we helemaal gaan uitleggen wat Angkor is en hoe Angkor Wat onstaan is en wat het allemaal heeft betekend. En dat zou zelfs kunnen in de zelfde hoeveelheid tekst die het kost om uit te leggen dat we het niet doen. Maar aangezien we dat laatste al hebben gedaan doen we het eerste niet.
Het was ergprachtig en impossant en ook met de busladingen touristen is het absoluut de moeite waard om er heen te gaan. Bij Angkor Wat hebben we een ietwat jammere gids in de armen genomen (Waarom denken Aziatische gidsen altijd dat ze grappig moeten zijn en waarom zijn ze dat niet?) die wel enkele leuke verhalen had. Maar het allermooiste waren toch Ta Keo en Ta Prom, de laatste bekend van Angelina Jolie en haar Tomb-Raider film. Mede omdat de tempels meer vervallen zijn en je nog overal mag komen, lopen, klauteren en aanzitten., is het onvoorstelbaardat zo’n belangrijk erfgoed zo wordt onderhouden. Maar goed des te intenser wasonze belevenis.
De volgende dag met een paar honderd man een zonsopgang bij wederom Angkor Wat meegepakt en toen naar het grootste tempelcomplex Angkor Thom (na Angkor Wat gebouwd) gegaan.Hier staat de mooiste tempel (volgens Tom, Loes gaat voor de tempel van Angelina) van allemaal, “Bayon”, die meerdere torens heeft waarin grote gezichten van Buddha/Vishnu zijn gebeeldhouwd. We waren er erg vroeg (net na zonsopgang, voor de Japanners) waardoor het rustig was en het licht erg mooi. We hebben dus ook weer te veel foto’s gemaakt. Ook hebben we die dag goodluck-polsbandjes verzameld door her en der in de tempels een wierookje voor Buddha te branden. Dus zijn onze polsen nu versierd met allerlei kleurige veters, maar zeg nou zelf ‘welkereiziger heeft zijn/haar polsen niet volhangen met verkleurde veelzeggende stukjes draad en leer’? Wij nu dus ook. Na twee dagen vol indrukken waren wij er eigenlijk al vol van en hebben het daar dan ook bij gelaten. Wanneer je je goed inleest en op een korte vakantie bent kun je er zeker een dag of vier vijf vol houden, maar voor ons was het allemaal een beetje te veel getempel na twee volle dagen. Dus na nog een dagje zwembad en shoppen voor een Laughing Buddha (ons spaarproject) hop weer in een bus naar Phnom Penh.
In Phnom Penh aangekomen zijn we direct (na een paar uurtjes slaap) naar de kroeg tegenover ons hostel gegaan, waar we met een handje vol fans en een zeer negatieve BBCcommentator om half twee ’s nachts naar de toen nog hoopvolle wedstrijd Nederland-Uruguay hebben gekeken. Daarna hup weer naar bed, want terwijl onze paspoorten alweer bij de Vietnamese ambassade lagen, hadden wij een heftige dag voor de boeg.
’s Ochtendsgingen we met een TukTuk naar Tuol Sleng dat beter bekend staat als de S21 gevangenis. Een gevangenis die tijdens het nogal geweldadige regime van de Rode Khmer/ PolPot gebruikt werd als laatste stop voor pechvogels die er gemarteld werden en vervolgens (meestal na het tekenen van een verklaring) werden afgevoerd naar de killing fields. Het had voor ons erg veel weg van een Europees concentratiekamp dus zogezegd minder gezellig. Daarna direct door naar de killingfields,wat nog gruweliijker is dan S21. Overal zie je nog de putten waar mensen inzijn gegooid en er liggen nog botten en tanden in het veld. Het allerergste is de boom waartegen kleine baby’s werden doodgeslagen..
Daarna nog evennaar een, tot onze opluchting, zeer Aziatisch museum vol halve beelden uit Angkor Wat en andere tempels geweest, waarna we gelukkig weer konden lachen.
Bij terugkomst lagen onze paspoorten klaar en konden we Phnom Penh weerverlaten. Op naar een paar daagjes strand aan de Costa Brava van Cambodja: Sihanoukville.
Over Sihanoukville valt verder weinig te melden. We hadden een ubermooi huisje met uitzicht op zee. We hebben aan het strand gelegen en de WK finale gekeken. Gechilled, tweeboeken uitgelezen en zijn natuurlijk ook nog erg brak geweest.. Vervolgens op naar Vietnam.
Waar we dus nuzijn. Na twee dagen in Ho Chi Minh te hebben geshopped, een propaganda-oorlogs-museumhebben bezocht, een te touristische tour te hebben gedaan naar Vietcong tunnels en eenChao Dai tempel en ons hebben verbaasd over deze leuke, maar drukke stad met meer brommers dan mensen zijn we op de trein gestapt richting Utrecht (via o.a. Nha Trang). Waarin we dus nu ons blogje zitten te typen, volledig te zijn omringd door een locale familie die al 4 uurlang aan het eten (hoezo eet men hier Durian in de trein??), “praten” en stoelen dansen is. Erg gezellig!!
Een goede vakantie voor iedereen die op reis gaat!
Liefs Loes en Tom
PS: We hebben ookweer een nieuw nummer dat het hopelijk beter doet dan in Cambodja. Jullie kunnen ons weer bereiken op: (+84) 1284087512
|
|
comments (0)
|
Samen met onze tuktuk-driver hebben we toch wel een lokale sim-card kunnen bemachtigen, waar we weer op te bereiken zijn..
Het nieuwe nummer is: +855 977 745735
PS: wat een feestje gisteren! Vandaag met een beetje een wattenhoofd in Angkor Wat gelopen. Morgen gaan we voor de Sunrise!!
Veel liefs!
Tom & Loes
|
|
comments (3)
|
Met onze verhalen vertellen waren we gebleven bij Kuching, Maleisie.. Maar inmiddels zijn we alweer vertrokken uitLaos en aangekomen in Cambodja! Dus dan zou je denken, ohoh daar komen die lappen tekst weer.. En dat klopt!
We hebben twee (!) weken ons zelf vermaakt in Kuching, met een nachtje logeren in een longhouse (lees bamboe-rijtjeshuis op palen), een tocht over de sarawakrivier, nog een keertje orang utans kijken (ze blijven geweldig!!!) en met als klap op de vuurpijl tweenachten op een prive eilandje voor de kust waar we zeeschildpadden hebbengezien, teveel sterren en baby-turtles (53 stuks) hebben mogen vrijlaten in dezee!!
En toen was het tijd om weer eens bij AirAsia langs te gaan en een volgend ticket te boeken..Laos, Vientiane here we come! Oke, wel in een Laos tempo, want alles gaat hier laid-back! Zo wachten we een anderhalfuurtje op ons visum op het vliegveld en rijdt iedereen hier 50 km per uur op de snelweg, want niemand heeft echt haast.. Het is hier ook veel te warm omuberhaupt snel te bewegen en actieve dingen te ondernemen, daar komen we vrijsnel achter als we de eerste druppels boven de wenkbrauwen weer kunnen wegvegen..
Vientiane is een leuk stadje, aan de Mekong rivier. We hebben er 4 nachten geslapen in een fijn hotelletje aan de rivier-boulevard. Natuurlijk hebben we ook een dag een brommer gehuurd, waarmee we naar een Buddha's-park zijn gereden (een park aan de Mekong vol beelden van Buddha (verassend..), maar ook de beeltenissen van onze Hindhu vrinden ontbreken hier zeker niet.. )! Daarna terug naar de stad geredennaar Pha That Luang, het belangrijkste symbool sinds de derde eeuw voor deLaotiaanse cultuur! Wedrom vooral veel bladgoud en buddhas gespot..
Na Vientiane is onze bestemming wat Noordelijker gelegen, namelijk het dorpje Luang Prabang..Dat staat al jaren op de nominatielijst voor Unesco Heritage Fund, maar of het nu al er doorheen is dat wordt ons niet helemaal duidelijk! Het is wel een te mooi en te leuk stadje, waar we vijf nachten doorbrengen in een guesthouse in een achteraf straatje bij een tempel! Voor de mensen die naar Laos willen, sla dit dorpje niet over! We hebben er een dag gemountainbiked (oke, misschien niet ons allerbeste plan als het tussen 11-16 uur ‘smiddags ongeveer 45 graden is..) wat echt uber-cool was! Met een gids, liters water en een helmpie op zijn we gaan fietsen en na een uurtje of twee kwamen we bij een olifantenkamp, waar we een rit met de olifant door de rivier hebben gemaakt! Helemaal top! Hier hebben we ook gelunched (fried rice,hoe kan het ook anders, haha) en vervolgens kwam een helse tocht heuvel op naar pineapple village. @ Aniek (en Tim)we hebben vaak aan jullie gedacht tijdens het fietsen, respect voor jullie, twee keer de Alpe d’Huez!!! We kwamen ongeveer 6 liter zweet lichter, twee tomatenhoofden rijker en met onze tong op het brandene asfalt boven aan.. En na een geweldig lekkere, zoete verse ananas hebben we nog een uurtje of 2 terug gefietst(down-hill) naar Luang Prabang! Een vette tocht was het!
Aangezien weproberen in ieder land een kookcursus te volgen, kon ook Laos niet ontbreken..En wat een cursus hebben we gehad, haha! Het was meer het kijken naar een live-kookDVD dan een echte kookcursus, maar daarom hebben we wel wat afgelachen! En het eten wat we geproduceerd hebben (chili-past, salade, curry-soup,gebakken noodles, groente schotel en sticky rice), hebben we maar als take-away meegenomen, aangezien Leng en Ayang, onze docenten, de warmte niet meer konden handelen en bijna in slaap sukkelden samen..
’s Avonds is erin Luang Prabang een night-market, waar ze zijde verkopen en mucho schilderijtjes.. Op de een of andere manier schilderen ze allemaal het zelfde tafereeltje, maar dat kunnen jullie in Nederland wel een keertje aan onze muur bewonderen want wij hebben het natuurlijk niet kunnen laten om er een tweetal mee te nemen! (en we hebben er iemand in de bus naar Siem Riep weer heel blij mee gemaakt want daar hebben we ze laten liggen)
Onze volgende bestemming in Laos is Don Khone, 1 van de eilandjes van Si Pan Don (de 4000 Islands in de Mekong), helemaal in het zuidelijkste puntje van Laos.. Om daar te komen kun je vliegen (en daarna nog een paar uur met de bus en boot..) voor teveel geld. Of je kunt heerlijk bussen! ...Voor ongeveer 36uur.. Dat lijkt ons de beste oplossing! We gaan eerst 10 uur bussen van Luang Prabang terug naar Vientiane en daar hebben we dan even de tijd om wat cash in te slaan en dollars (voor de grensovergang naar Cambodja en van wege het feit dat er geen enkele ATM-bank in Si Pan Don en omstreken te vinden is..).Een paar uur later vertrekt onze slaapbus naar Pakse, in het Zuiden van Laos..
En een slaapbus is ook echt een slaapbus.. Dus een rijdend stabelbed, met een kussentje en een dekentje en meer heb je niet nodig! Na weinig slaap door de hoge snelheid en daardoor het enorm hoge schudgehalte van de bus (@Henny enHan: heel erg thanks voor de wagenziektje-pilletjes! Wij zijn fan!!!) komen we aan in Pakse, waar we in een minivan gaan naar een kantoortje. Daar nog twee uur moeten wachten, om vervolgens in de minivan naar een haventje drie uur verderop te rijden, waar we op een bootje naar Don Khone worden gevaren.
Wow, eilandjes in de Mekong! We hebben een houten huisje aan de rand van de het eiland. Volledig voorzien met een hangmat en ligstoelen op ons verandaatje.
Vaak is het zo dat reisbestemmingen gemaakt worden door de locatie, natuur of monument en dat het voor de locale bevolking meer een last als een zege lijkt. Don Khone is juist een voorbeeld van een reisbestemming die gemaakt wordt door de mensen. Nu moet je niet verwachten dat ze hier bij aankomst met een slinger om de nek een buikdansje doen ter ere van jouw komst. Het zit dieper. Om dat te onderschrijven een klein verslag van een dagje fietsen op Don kone.
Het eerste wat opvalt als je op het eiland komt is dat de guesthouses en hotels tussen de huizen en weilandjes van de dorpjes staan. Er is dus niet een apart dorp waar je naar toe kunt als atractie, nee je bent er al. Wanneer je door een dorpje fietst kun je van de meeste mensen een glimlach terug verwachten en vaak een langgerekte Saaabaideee. Overal lopen kippen, honden, buffels en kleine biggetjes. Overal hangen en liggen de locals onder en op hun huis of op en in de Mekong, lopen kleine vrouwtjes met koopwaar op hun nek, spelen er kinderen op de weg en jij maakt, natuurlijk als toerist, gewoon onderdeel uit van dat beeld. Tussen de dorpjes op het eiland is vaak bos of droog weiland waar je groepjes rokende en babbelende vrouwen tegen komt die opweg zijn naar het volgende dorp.
Elke dorpeling met een beetje hout en spijkers heeft wel een restaurantje of een guesthouse gebouwd op zijn terrein. Waardoor het aanbod de vraag nogal overstijgt. Het gevolg: restaurantjes zijn leeg, alleen open als er iemand thuis is en als je iets besteld moet er eerst het halve eiland over worden gebrommerd om de ingredienten te halen.
Zo kwamen wij tijdens onze fietstocht langs een klein dorpje aan de zuidpunt van het eiland. Een zeer enthousiast meisje probeerde ons over te halen om bij haar te komen eten en na nog even rond gekeken te hebben zijn we maar gaan zitten. Het was de enige eetstand in de directe omgeving. Direct naast ons was een huis (de meeste huizen staan hier op palen) en daaronder stond een oud bedframe wat diende als plaats voor alle vooradige ingredienten en tevens als roddellocatie voor de plaatselijke dames, die vast bij het restaurant hoorden maar er vandaag even geen zin in hadden. Dus was het aan onze jonge enthousiaste hostes om ons te bedienen. De menukaart ziet er hier overal hetzelfde uit dus wij wilden noodles en curry met kip. Geen kip. Beef dan? Geen beef. Pork? Geenpork, “only vegetable” (wat ze hier overigens niet kunnen uitspreken, het klinkt een beetje als bejetable –founetisch met de franse slag). Ok, eerst wat drinken dan; mix fruit juice? “Can not” Watermalon?... Affein. Uiteindelijk hebben we noodles en cury met Bejetable en een Bananen-shake besteld. En dus hop onze jonge hostes (we schatten 16) op een veel te grote moter springen om ergens ingredienten te gaan halen. Die wilde niet starten dus springt ze op de leenfiets van een zojuist aangekomen, maar ter voet verdwenen toerist en weg is ze. Nu waren we al wel wat gewend dus dit deed onze wenkbrauwen nog niet bewegen. Tien minuten later komt zeterug gefiets met in haar mandje een blender en een trosje bananen, die had ze dus ook niet....
Vervolgens, hop weer op de brommer, doet het nog steeds niet, weer de fiets proberen, mag niet van de roddelende vrouwen onder het huis, dan maar lopen, en weg is ze weer. Het tafereel is prachtig en al wachtend op ons eten genieten wij van de spelende kinderen, de biggetjes, de enorme eenden, de honden, de kippen, de roddelende vrouwtjes en de weinige actviteit (behalve het vervangen van een waterleiding) die een dorp rond ons plekje kent rond het middag uur. Maar na zo’n 30 a 40 minuten wachten (in Azie neemt het totale proces van avondeten gemiddeld nog geen kwartier in beslag) krijgen wij toch twijfels ofer wel noodles en curry met Bejatables te krijgen zijn op het eiland. Gelukkkig, na nog eens tien minuten wachten komt ze om de hoek gelopen, trots een dienblad dragend met twee dampende bortjes.Waarschijnlijk was haar keuken ook even op en heeft ze die van de buren gebruikt. Jammer genoeg was het eten niet erg smakelijk en zat er een heel klein groen rupsje in de curry (alleen loes kan dat soort dingen spotten). Maar doordat er zoveel tijd en moeite in het eten door het ene meisje werd gestoken,smaakte het dikke prima!
Die avond eensoortgelijk tafereel. De locale specialiteit hier is gestoomde vis in bananeblad en ondanks dat wij vis eten uitde rivier een beetje gevaarlijk vinden, waren wij van mening dat we het moesten proberen. Dus op naar een rustiek restaurantje aan de Mekong. Eerst even een biertje gedronken en fried spingrolls bestelt (De gewone springrol hier is alleen voor de echte cullinaire Ivan Ho; rauw met gedroogde vis, enorm veel anijs en koriander). De vrouwen van het restaurant zaten in hun favorite soap en de man zat samen met wat maten het WK voetbal te bediscussieren onder hetgenot van (veel) LaoLao (rijstwiskey) en de nodige BeerLao. Onze hoop op onsgewenste maaltje was dan ook ijdel. Maar toen we het vroegen aan de vrouwen,die afwezig nee schudde en verontschuldigend, zonder haar blik van de soap afte halen (die overigens erg slecht is en te omschrijven valt als een mix tussen goudkust, bassie en adriaan, de teletubbies en een slechte japanse spelsshow) haarschouders ophaalde, sprong een van de mannen op en vroeg of we tien minuten wilden wachten. Voordat we iets hadden kunnen zeggen waren ze alle vier op een brommer gesprongen en een kant uitgereden. En even later kwam er eentje terugmet een enorm grote glimmende vis achter op z’n brommer. Hoeveel we wilde hebben? Het is de lekkerste vis die we tot nu toe hebben gegeten.
De vriendelijkheid van de mensen hier zit niet in een geforceerde hallo, de service van het hotel of de behulpzaamheid van de plaatselijke bevolking. De vriendelijkheid hier zit hem in de vanzelfdprekendheid dat je onderdeel bentvan het reilen en zijlen van een dag. De vrouwen wassen de kleren in de rivier,de mannen vissen, een kindje rent in zijn blote kont achter wat kippen aan ende toerist fotografeert de zonsondergang over de Mekong. Het past allemaal bijelkaar.
En natuurlijk om het feit dat we gisteren met een generatortje aan en een te grote schotel op een piepklein huisje geplaatst Nederland-Slovakije met de (mannelijke) locals hebben gekeken, te mooi! Ze zeggen dat Thailand het land van de glimlach is, maar voor ons is dat met stip Laos geworden!
De laatste dag (gisteren) zouden we nog een poging doen om de zeldzame Irawaddy dolfijn (wie kent hem niet?) tespotten en wellicht nog even een watervalletje mee te pakken! Maar gelukkig hebben we ook een hele fijne veranda met uitzicht op de Mekong en daar hebben we dan ook de hele dag zitten lezen en naar het kabelen van het water zitten kijken.
En nu naar weer een gare busreis van zo'n 13 uur zijn we alweer in Siem Reap (Cambodja) om ons te laten onderdompelen in de wondere wereld van Angkor Wat!
Even nog weer huishoudelijke mededelingen!
Ons Laos-nummeris vanaf 1 juli niet meer te bereiken. We mogen in Cambodja geen eigen simkaart kopen (dat is bij wet verboden, haha).. Dus we zijn in ieder geval as always te bereiken op Tom zijn mobiele nummer +316-24237175.
We blijven foto's oploaden van al onze activiteiten. We weten dat het er erg veel zijn (we gebruiken het ook als backup) en de filmpjes blijken enigzinds wazig. Maar toch leuk vermaak voor als het te warm is om te werken, je werk de site van NOS-WK of NOS-Tourdefrance heeft geblokkeerd en je toch iets nietwerkgerelateerd wilt doen of als je gewoon zin hebt om te kijken hoe wij er ook alweer uitzagen. Ze staan er
Liefs Loes en Tom
|
|
comments (1)
|
We zijn net aangekomen in Vientiane wat je uitspreekt als “vi-en-tjen “ en niet zoals Tom met de Franse slag, want dan begrijpt het meisje van Air-asia echt niet waar je heen wilt! Laos dus; echt even heel iets anders dan Indonesie en Maleisie, wat toch wel enigzins met elkaar tevergelijken is (zelfde taal en geloof).
Dus een afsluitend blogje over de laatste twee weken Kuching. Want zo lang zijn we daar ongeveer geweest. We hadden echt enorme plannen om heel actief vanallerlei leuke tripjes te gaan ondernemen vanuit dit zeer relaxte stadje. ...Hadden... dus, want Tom werd (weer) ziek en verkouden! En, ondanks dat verkouden worden op de evenaar best een prestatie te noemen is, heeft ons dat dus een weekje bezig gehouden. Niet dat het erg is om in Kuching rustig aan te doen; een beetje langs de boulevard wandelen, een zonsondergangboottochtje over de rivier, shoppen voor happy of laughing Budah (ons spaarproject voor de komende maanden), hapje eten etc. Maar goed na een weekje slenteren onder de zon wil je ook wel weer wat gaan doen en dus hebben we een trip geboekt naar een Longhouse.
In Sarawak zijn veel verschillende bevolkingsgroepen of stammen (zoals op heel Borneo) en sommigen daarvan leven in een longhouse. Een longhouse is niks anders als een heel erg lang huis. Je zou kunnen zeggen dat de woongallerei zoals bij onze flats is uitgevonden door deze mensen. En daar hebben wij een bezoekje aan gebracht. Wel leuk om te zien, maar de tocht over de rivier er naar toe en de wandeling door het regenwoud met onze gids waren eigenlijk interessanter. Wat nog wel leuk is omte vermelden dat we de voormalige chief van 92 jaar van de Iban-tribe (te herkennen aan een met bamboe aangebrachte adamsappeltattoage) een handje hebben mogen schudden en hij, al redelijk lam van de Tuak en Langkaw, ons heel trots zijn portretfoto liet zien, wat tegenwoordig als een ansichtkaart verkochtwordt! Verder hebben we die avond een dansvoorstellinggen bijgewoond en samen met twee andere toeristen in de longhouse gezeten. Het was al met al voor ons allemaal iets te veel opgezet.
Na nog een dagje succesvol te hebben geshopped naar Laughing Budha’s ( Jan en Annemarie er komt een pakketje vol Borneosouveniers jullie kant op) hebben we een brommer gehuurd en zijn we naar het 80km verderop liggende Gunung Gading National Parc gereden. Gunung Gading staat bekend om de rafflesia bloem (de grootste vlees etende bloem ter wereld), maar aangezien wij die al gezien hadden (en er geen in bloei stond) gingen wij erheen voor de watervallen. En wat voor een watervallen! Zo mooi, en zo uitgestorven. We hebben er twee dagen rondgeklauterd en gezommen en gezwoegd om er te komen. Vervolgens weer terug gereden om met onze houten kont van de gammele brommer nog een bezoekje te brengen aan een zeer riekende vleermuisgrot voordat we terug gingen naar Kuching. De volgende dag (afgelopen maandag) vertrokken we dan echt voor het laatst uit Kuching voor een van de mooiste dagen en plekken van onze reis!
Tijdens onze Bhudah speurtocht waren we Letty tegen het lijf gelopen, een vrouw die in een shop werkte in Kuching, die ons een aanbod deed om mee te gaan naar een prive eiland waar ’s nachts schildpaddenaan land komen om eieren te leggen. Nu wisten we dat het mogelijk was om nabij Kuching mee te doen aan een zeeschildpaddenbehoudprogramma, maar na enig onderzoek bleek dit nog al duur te zijn, 2500 ringet (625 euro)per persoon voor 3 nachten, dat vonden wij iets te veel van het goede. Tot dat er dus een betere deal voorbij kwam: Letty! We gingen dinsdag in een veel te kleine auto (denk fiat punto) met onze bagage,onze gids, onze enorme kater, en een chauffeur op pad naar een haventje vlakbij Kuching vanaf waar we – na eerst een giga krokodil te hebben gespot op de oevers daar - met een uurtje varen aankwamen op een waar tropisch paradijs! Met geen woorden te omschrijven, echt heel mooi. Onze Letty had een heerlijke BBQ voor ons voorbereid de eerste dag dus na een verfrissende duik in een lege zee hebben we met de locale schildpaddenrangers gebarbequed en rond het kampvuur gezeten. Het duurde niet al te lang of we werden weggeroepen omdat er een schildpad het strand op was gekropen. We hebben mogen toekijken hoe het best grote dier (In het water lijken ze veel kleiner) al zuchtend en briesend haar eitjes uitperste en mochten we vervolgens helpen om de eitjes weer op te graven, te tellen en in een beschermdplekje op het strand weer te her-begraven. De rest van de nacht bleef het rustig wat, naar je zou denken, tengoede kwam van onze nodige nachtrust. Helaas had de eigenaar net besloten een tweede kat op het eiland los te laten, een jonge damespoes, iets waardoor de ietwat oudere en volwassen kater nog al gefrustreerd raakte en de hele nachtonder ons raam heeft lopen mauwen. Nietgetreurd, na een paar uurtjes slaap en een heerlijk ontbijtje zijn we de zee ingedoken en hebben ons de rest van de dag vermaakt met over het strand wandelen,boekje lezen en kokosnoten uit de boom schudden. Een waar Robinson Cruseau gevoel, want er was echt parktisch niemand anders op het eiland! Die avond hoefde we nog minder lang te wachten op de schildpadden en wel 53 stuks! Een nest kwam uit, whoehoe. Echt zo mooi om te zien hoe die kleine beestjes zich los wurmen uit het zand en dan proberen naar het strand te komen. We hebben ze geholpen uit de kooi te komen, ze geteld en ze naar de zee gebracht. Alles om ze een iets grotere overlevingskans te geven. Van de 100 babyschildpadjes die de zee bereiken overleeft er namelijk maar eentje om zo groot te worden dat ze ook zelf eieren kan gaan leggen. Het is echt niet beschrijven hoe het is om van zoiets deel uit te mogen maken anders dan dat het echt een unieke fantastischeervaring is die we iedereen aanraden (Marsha en Cor, Rina en Ruben?). En al was het niet voor de schildpadden, het eiland deed niet onder voor Gili Meno dus alleen daarom zou je er heen moeten. Hoe dan ook, na het uitzetten van de babyschildpadjes begon het enorm te regenen en de rest van de nacht hebben we lekker kunnen tukken. De dag erna, eergisteren, moesten we weer verder. Op naar Vientiane.
En daar zitten we nu. Vandaag hebben we het stadje (echt groot is het niet, zeker niet voor een hoofdstad) verkend. Erg kneuterig en Frans met veel oude Franse gebouwen en overal croissants en fruitjuices waar natuurlijk niks mismee is. Hebben de Fransen ook eens iets goed gedaan. We blijven hier nog tweedagen en gaan dan naar Luang Pra Bang in het noorden en vervolgens naar het zuiden en door naar Cambodja. Kortom weer een heel nieuw avontuur.
Oh ja en een nieuw land nieuw nummer dus dat is bij deze: (856) 20701 9318
Heel veel pleziermer het WK, we krijgen best wat mee hier en geniet van de zomer!!!
Veel liefs Loesen Tom
PS: de nieuwefoto’s vind je onder fotoalbum 2
|
|
comments (4)
|
Het is weer tijd voor een fijn uitgebreid blog! We zijn inmiddels alweer 101 dagen onderweg en bij ons laatste blog waren we nog in Ubud, Bali. Man, dat lijkt alweer een jaar geleden en we hebben zoveel meegemaakt in de tussentijd dat we de rest van de reis moeten gaan schrijven om het allemaal op papier te krijgen, laat staan de tijd die het kost om ook nog eens te lezen.
Dus in dit uitgebreide blog een vogelvlucht over de afgelopen anderhalve maand, waarin we van Ubud, Bali (Indonesie) via de Gili Islands en Sulawesi uiteindelijk in Maleisisch Borneo belanden):
Ubud
Ubud is een heerlijk stadje, iets toeristischer dan we gewend waren van Java, maar de leuke souvenirs markt, de vrolijke mensen en het lekkere eten maakt dat helemaal goed. Toen we gingen inchecken in het tweede hotel (wat meer op een hindoeistische tempel leek dan een hotel) zagen we een uitnodiging om mee te gaan naar een crematie ceremonie. Jaja een crematie bijwonen is een heuse attractie op Bali. Wij, hop naar de Sarong winkel om ons een veel te dure, maar erg mooie sarong te laten aanmeten (want dat is verplicht bij Balinese ceremonieen) en de volgende ochtend in de auto met chauffeur en gids.
Vol verwachting om samen met busladingen vol toeristen foto's te mogen maken van een brandende pop hadden wij ons voor de zekerheid maar niet al te veel voorgesteld van deze ochtend. We kwamen echter bedrogen uit. De toeristen waren op een hand te tellen en het was een heuse cermonie. En zoals dat gaat in Indonsie, een fijne chaotische ceremonie.
Nadat het levensverhaal van de overledene wordt verteld in een taal die door geen enkele bezoeker (ook de locals niet) werd begrepen, werd het lichaam in een 4 meter hoge toren geladen. De hoogte van de toren, of het aantal verdiepingen, geeft aan hoe belang(rijk) de overledene was. Nadat de overledene in de toren is geladen, wordt een grote witte koe (van hout en zijde) door een mannetje of 20 opgetild en al slingerend en zingend over de openbare weg naar de crematieplaats gedragen. Vervolgens vertrok er een lange stoet van familieleden en vrienden met offeringen, gevolgd door de toren met het stoffelijk overschot. De toren wordt (net als de koe) door een mannetje of 20 opgetild en naar de crematieplaats gedragen. Voor de toren uit liep de zoon van de overledene, die het aanzienlijk moeilijk had. Het was dan ook raar om samen met uitbundige dorpelingen als toerist mee te lopen met de stoet. De weg naar de begraafplaats is zoals elke doorgaanse weg overspannen met een veeltal telefoon- en electriciteit kabels, en onze gastheer was net iets te belangrijk om daar onderdoor te passen. Dus werden de kabels zo goed en zo kwaad omhoog gehouden, werd de toren iets gekanteld en dan snel er onderdoor, zoals je een stapel dozen onder de deur door brengt. Een enigszins vermakelijk schouwspel dat het topje van de toren niet heeft overleefd.
Na een halfuurtje wandelen kwamen we aan bij de crematieplaats waar de rug van de koe werd opgesneden en het stoffelijk overschot bovenop de koe werd gelegd. Na nog enkele plechtigheden worden er twee grote gasbranders onder de koe gelegd en mochten de familieleden het vuurtje aansteken. In het begin was het een mooi symbolisch schouwspel, maar zodra de eerste tierlantijntjes in as waren veranderd en de gasbranders op volle toeren worden gezet (alsof er een F-16 staat te brullen) werd het lijk wel erg goed zichtbaar en stortte de stellage van de koe gauw in. Dat was zeker voor ons het teken om ons uit de voeten te maken. Ondanks dat we weten dat het hier normaal is om een crematie bij te wonen, blijft het moeilijk om je eigen normen en waarden aan de kant te zetten.
De volgende dag was het tijd om eens goed te gaan shoppen. Ubud puilt uit van de souvenirs winkeltjes en kunstateliers, dus we konden ons eens lekker vergapen aan alle mooie spullen die we toch niet konden betalen, laat staan de enorme beelden die we niet kunnen meenemen. We hebben over het marktje geslenterd, lekker onderhandelen en dan toch niks kopen, en van allerlei verschillende verhalen aangehoord over de goden Shiva, Bragma en Visnu, waardoor we het verhaal nu nog minder goed begrijpen als voorheen. UIteindelijk hebben we een beeldje van Boeddha gekocht en een van Shiva (denken we).
Na weer een verhuizing naar een ander hotel, een even mooie maar iest goedkopere homestay, zijn we de derde dag op de brommer gestapt. We wilde twee dagen gaan brommeren en de eerste dag zijn we naar de westkant van Bali gereden, richting de Batur vulkaan. Een mooie rechttoe rechtaan route langs rijstvelden en kleine dorpjes (waar overal houten en stenen hinddhoe beelden worden verkocht). Rond een uurtje of tien komen we aan bij de kraterrand. Vanaf waar je een prachtig uitzicht hebt op de vulkaan vallei met een paar kleinere vulkaantjes er in, en een helder blauw meer. Jammergenoeg zat het weer ons niet echt mee en toen we wegreden begon het dan ook enorm hard te plenzen. Gelukkig hebben wij heerlijke knal rode en oranje Xenos regencapes mee en vielen we goed op tussen de andere brommerende weggebruikers. Na zo'n twee uurtjes, al fladdered als badman en robin, door de regen te hebben gereden en een paar keer een verkeerde afslag te hebben genomen, hebben we dan ook geprobeerd om terug te gaan naar Ubud. Als je op Bali, of ergens anders in Indonesie, buiten de toeristische gebieden komt, is het Engels van de locals beperkt tot: "He mister! Where you going?!" Half verdwaald vonden wij het in het begin wel hoopvol als dit werd geroepen, maar als we dan vertelden waar we heen moesten, werd er een beetje gelachen en naar links, rechts en terug gewezen. Erg relaxed als je met een houten kont en verkleed als twee clowns zeiknat op de brommer zit. Gelukkig is Bali niet zo groot en na wat verlate weggetjes waren we dan ook weer snel terug op de goede route. Morgen weer een poging.
Het regende al een paar dagen op Bali, maar brommerdag twee begon veel belovend. Een strak blauwe hemel, en een lekker zonnetje stonden boven ons toen we weer op de brommer stapte. Deze dag gingen we naar de westkant. De route was iets lastiger, maar wel heel erg mooi. We hebben twee tempels bezocht, waarvan de laatste nagenoeg was uitgestorven. Onderweg de meest lekkere kip ooit gegeten in een langs-de-weg-warung. WOW, zo krokant hebben we nog nooit een kipkluifje gehad!
En vervolgens in een kruidentuin geweest waar ze allerlei specerijen en kruiden verbouwen, waaronder rode gember (wie weet dat het bestaat?). Daar hebben we naast vele theetjes te hebben geproefd, ook chivet koffie gedronken (voor de koffie leken: bij chivet koffie wordt de koffieboon eerst aan een chivet gevoerd, een uit de kluiten gewassen marter, de boon vindt vervolgens zijn natuurlijk weg naar buiten om daarna te worden opgeraapt, gedroogd, gemalen en als koffie te worden opgedronken). We gaan na deze best lekkere koffie (zonder bij of nasmaak) de route verder via de mooiste rijstvelden van Bali, die volgens de LP op de nominatielijst staan voor Unesco Wereld Erfgoed. Letterlijk adembenemend mooi om doorheen te rijden. Groene rijstterassen zo ver je kunt kijken, onderbroken door heldere riviertjes, rotsen en dorpjes. Het was echt alsof we door een schilderij reden. Natuurlijk begon het daarna weer te regenen dus zijn we weer in ons superhelden outfit gesprongen en hebben de weg terug gezocht... Na zo'n twee uur om te gereden te hebben door het spitsuur van Denpasar en allerlei andere niet-noemenswaardige plaatsen rond Ubud, ploften we moe en met houten kont voldaan in ons bedje.
Padangbai en de Gili Islands
Omdat het weer er in Ubud niet beter op werd, zijn we met de shuttelbus naar de westkust van Bali gegaan. We hadden van een insider in NL begrepen dan Padangbai de moeite waard was... Bedankt daarvoor, hahaha. In Padangbai is niet heel veel te doen. Het beetje strand dat er is, ligt bezaait met boten, afval en dode vissen en de mensen zijn er, hoe zeg je dit netjes?: ongeinteresseerd. Maar goed, we hadden onze zinnen gezet op een kookcursus en dat hebben we dan ook gedaan. 's Ochtend vroeg vertrokken we rond 6 uur naar de markt. Waar we tussen de locals wat groente en vlees hebben gekocht. Om tien uur (kleine 4 uur later) konden we dan eindelijk gaan koken. Op het menu stond een curry pasta, vispasta in bananenblad, vissate, gewokte groente, soep en pannenkoeken met palmsuiker. Na veel gevijzel, gehak, gepruttel had Tom de blaren op zijn hand staan, maar was onze veel te grote lunch klaar. Erg lekker.
Ons plan voor de dagen daarna: snel weg uit Padangbai, op naar de idyllische Gili Islands (Nou betekent "Gili" gewoon eiland in het Bahasa, maar het gaat dus om de wel bekende kleine eilandjes ten Noord-Oosten van Lombok). De boottocht was enigszins ruig, maar erg mooi. We hebben lekker op het voordek liggen verbranden samen met Nadien en Hugo (een pas verloofd NL stel dat we op deze Perama boot zijn tegen gekomen). Tijdens de 4 uur durende bootreis hebben we vooral naar vliegende vissen en een dolfijn getuurd. Toen we na een paar uur in de buurt van de Gili Islands kwamen begon het, hoe kan het ook anders, te regenen. Gelukig hield dit al snel weer op en konden we inchecken in een enigszins luxe, maar erg mooi hotel. De "Gili" Islands bestaan uit drie Gili's; Trawagan, Meno en Air. Wij zijn naar Gili Air gegaan, omdat deze, volgens onze Lonely Planet, alias de bijbel, niet te druk, maar ook niet te rustig was. Jammer dat er niet vermeld wordt dat Air geen echt strand heeft.
Na een dagje snorkelen (wat erg mooi was, veel koraal en zeeschildpadden direct voor de kust) besluiten we om mee te gaan met een snorkeltocht waar we nog meer schildpadden en vissen hebben gezien en die ons langs Gili Meno bracht...Wat blijkt: Paradijs op aarde! We hebben samen met Hugo en Nadien het eiland rondgewandeld in een uurtje, verlaten stranden, superheldere zee waardoor je de koralen voor de kust kon zien liggen, een waar Robinso Crueso gevoel! Nu zijn wij (af en toe) van de korte klappen en hebben we direct een hutje rereserveerd voor de volgende dag. We waren nog net op tijd terug voor de boot, omdat ons snorkelavontuur nog verder ging. De golven waren echter hoger geworden en het was begonnen met regenen, waardoor onder veel protest van twee brakke zeurende Duitsers we dan ook nog maar 1 snorkelstop hebben gemaakt en zijn toen (onder weer protest van Tom en Hugo) op huis aangegaan.
De volgende dag zijn wij verkast naar Gili Meno waar een heerlijke chille week hebben gehad, aan onze bruine teint hebben gewerkt, schelpjes verzameld, gensorkeld met "Ted the Turtle" (onze eigen zeeschildpad die voor de deur van ons tweede huisje zijn kantoor hield), pilsjes gedronken, overheerlijke Oleh Oleh gegegeten en Tom heeft gedoken ( blue spotted stingray, grote white tip oceanic reefsharks, gruppers en een hele school enorme Napoleon bumbhead paratfisch). Kortgezegd: het was een heerlijk relaxed weekje bounty-strand, zee en zon.
En na een week hebben we onszelf dan ook echt van Gili Meno af moeten slepen om weer verder te gaan. Zoals we al in het vorige blog hadden verteld, wisten we nog niet wat onze volgende plan zou zijn. En zoals wel vaker met ons, zijn we weer uitgekomen bij het originele plan: Sulawesi. Na een weekje strand op de Gilli zijn we met de ferry teruggevaren naar Bali, een zeer uitbundig boottochtje waar op een stormachtige (hoe kan het ook anders) zee het personeel kleine tonijn binnensleepte onder luidgejuich en applaus van alle locals op de ferry! Een waar spectakel, wat de aandacht een beetje afleidde van het enorme geschommel tussen metershoge golven... Na een nachtje Kuta (Bali) (alsof je in Spanje bent!) hebben we het vliegtuig gepakt naar Manado (Noord Sulawesi).
Sulawesi
Vanuit Manado hebben we de volgende dag de taxi genomen naar Tangkoko National Parc, waar we 2 jungle trekkingen hebben gedaan. Eerst in de namiddag tot na zonsondergang (wow wat een sterren..) en 's ochtends heel vroeg (denk 5 uur). Waar we hebben gelopen en voor we het wisten oog in oog stonden met de zeer kleine (net zo groot als een tennisbal), maar aandoenlijke Tarsier. Een heel klein aapje, dat zulke grote ogen heeft dat hij ze niet kan draaien. (@ Rina: hij lijkt een beetje op de lemur..) Verder hebben we in Tangkoko een tijdje meegelopen met een troep zwarte long tail maquaken, die blijkbaar zo lekker zijn, dat ze alleen nog in Tangkoko voor komen en hebben we een kingfischer, een hornbill, een tarentulla, een flying lizzard en de uiterst zeldzame cuscus (aapsoort) gezien!
Tomohon
Vervolgens door naar het plaatsje Tomohon, waar we naar een ochtenmarkt wilden gaan. We kwamen 's avonds aan vanuit Tangkoko national Park en zijn eerst samen met een Nederlander en een Japanner een hapje locale lekkernij gaan halen: "Anjing", de vrije vertaling voor hond in de pot! Het was eigenlijk best smakelijk en deed een beetje denken aan droog rundvlees. Na nog wat uurtjes kletsen en te veel glaasjes tuak (locale rijstjwijn) zijn we naar bed gegaan, en de volgende dag waren we te brak om nog iets uit te voeren, dus hebben we lekker filmpjes gekeken. Uiteindelijk kwam dit ook perfect uit, want dan konden we een dag later in Tomohon naar de ochtendmarkt en dat zou dan zaterdags zijn, wat meteen de grootste markt van de week is (en kon onze maag een dagje rusten)! En dat hebben we geweten (en jullie waarschijnlijk ook, want de foto's stonden eerder online dan de uitleg erbij..)
Deze markt is groot en nogal bruut, of zoals onze LP zegt "not for the faint harted" en daar is geen woord aan gelogen. Ondanks het bloed, de ingewanden, de gefrituurde ratten en vleermuizen en de zwart verkoolde honden was het een zeer interessant en spectaculair schauwspel. Totdat een hond/puppy uit een veel te kleine kooi werd getrokken en wij nog net op tijd ons hoofd konden wegdraaien. De hond van gisteren smaakte direct wat minder lekker en daar besloten we dan ook ter plekke om geen hond meer te eten...(dus wees gerust Rakker)
De rest van de dag hebben we ons vermaakt op het terrein van ons hostel met lokaal fruit van de bomen plukken. De eigenaar van het hostel vertelde ons, ter aanvulling van onze twee hondendagen, dat hij zijn hond vorige week was kwijt geraakt aan de buren. Want, na de kerkdienst op zondag is het in de regio een gewoonte dat een van de kerkgangers het kerkgezelschap uitnodigt voor een smakelijk hapje hond. Natuurlijk is het onzin om twintig minuten en 30.000 rupia (25 euro) te besteden aan een hond als de buurman er drie heeft! Nu dus nog maar twee.
Loes had ondertussen enorm last van allerlei bulten gekregen, van top tot teen zat ze onder de zich alsmaar uitbreidende rode jeukende bulten. Niet echt een pretje, maar volgens de hosteleigenaar een gevalletje van jungle-luis. Altijd fijn om te hebben..
Makassar
We waren van plan naar de Bunaken te gaan. Een eilanden groep vlak boven Sulawesi, die bekend staat als uitstekende duiklocatie. Maar de stroming en de wind zorgden ervoor dat al het Fililpijns afval (en dat is nogal wat) zich rond de Bunaken had verzameld en dat samen met het slechte weer en een alsmaar roder en bulteriger wordende Loes zijn we naar Makassar (Zuid-Sulawesi) gevlogen. In Makassar aangekomen waren Loes haar bulten verdrievoudigden leek het ons raadzaam om een dokter op te zoeken. Dus hup in een relaxed hotel (airco, goed bed en HBO) en op naar een ziekenhuis. Nou spreken ze in Sulawesi niet echt Engels en zelfs de arts sprak met vier woorden beter Nederlands dan Engels. Maar goed dat wij zo vaak pictionairy en who's tha man hebben gespeeld voor ons vertrek!!! (en dat er een local was op de eerste hulp die wel engels sprak). Dus konden we na een goed uurtje beladen met pilletjes en zalfjes terug naar onze hotelkamer waar we nog drie volle dagen in anonimiteit hebben geleefd, alvorens verder te reizen naar Rantepao.
Rantepao
Rantepao is een stadje dat in het Tana Toraja gebied ligt. Een gebied dat vooral bekend staat om haar traditionele crematie ceremonies en dodenverering, maar daarnaast ook nog eens erg mooi is. We hebben een dag met een gids rondgereist door het gebied, waarbij we een rituele slachting van een buffel hebben gezien (het filmpje staat op de site maar is wederom niet voor de faintharted!!!!!) We hebben oude grotgraven bezocht waarbij rottende grafkisten hoog aan de rotsen worden genageld en waar hele families in liggen (lagen), een boom waar kinderlijkjes in werden gestopt en zijn we naar een traditioneel toraja dorp geweest, waar we bij een ouder echtpaar even binnen in een prachtig huis mochten rondkoekeloeren. Al met al een fantastisch mooi gebied waar zo veel over te vertellen is en waar we zo een week of twee hadden kunnen rondcruisen. Ware het niet dat na een dagje wandelen op de slippers het de beurt aan Tom was om ziek te worden (weer twee dagen en HBO). Daar kwam bij dat we ook nog eens snel weer weg moesten uit Indonesie, want onze twee maanden Indonesie visum was bijna verlopen en Henny en Han kwamen op bezoek in Borneo! We zijn met een goede omweg via Denpassar en Kuala Lumpur, waar Tom even twee dagen feest der herkenning had, naar Kota Kinabalu Borneo gevlogen voor ons avontuur met Han en Henny (ouders Loes).
Sabah (Borneo)
Henny en Han hadden voor een week een huisje gehuurd dichtbij Kota Kinabalu. Omdat wij al een dagje eerder waren kwam ...Kees... ons ophalen in zijn ietwat oudere proton. We hebben gewassen en voor het eerst in drie maanden gekookt (pasta). Wat is koken leuk! De volgende dag gingen we Henny en Han ophalen van het vliegveld! Een beetje raar, maar erg leuk om na zo'n tijd elkaar weer te zien en dan nog wel in Sabah! Nadat Han de meest brute bak verkrijgbaar had gehuurd (Ford Ranger) zijn we naar het huisje gereden en hebben gezellig gekletst en biertjes gedronken.Fijn!
De volgende dag zijn we met de auto het binnenland van Sabah ingereden. Waar we een erg mooie vlinder- en bloementuin hebben bezocht en de Rafflesiabloem hebben gezien ('s wereld grootste bloem, die er 9 maanden over doet om een halve meter groot te worden en vervolgens maar 7 dagen in bloei staat..). Dus very luccky dat we deze enorme bloem in bloei mochten aanschouwen hier! 's Avonds hebben Tom en Henny heerlijke roti-achtige wraps in elkaar geklust en gaan we enigszins op tijd naar bed, want de dagen erna is het een druk program!
De volgende ochtend moesten we namelijk nogal vroeg op (4.30), want we gingen vliegen naar Sandakan aan de zuidkant van Sabah waar we eerst in het Sepilok Orang Utan center naar het voeren van Orang utans hebben gekeken. Daarna werden we opgehaal door Gert, de eigenaar van de Lodge (the last frontier) waar we de volgende twee nachten zouden blijven. Na twee uur rijden door enorm uitgestrekte palmolie plantages kwamen we aan bij de 580 treden lange trap, die ons door de jungle omhoog leidde naar de lodge. Wat een klim! Maar zeker de moeite waard. De lodge van Gert ligt bovenop een heuvel vlak bij het dorpje Bilit aan de Kinabatangan rivier en vanaf het restaurant heb je fantastische uitzichten over de rivier en het er omheen gelegen natuur reservaat. WOW!! Regelmatig slapen er Orang Utans in de bomen rond de lodge en vanuit het restaurant kun je je zo een dag vermaken met het spotten van teveel mooie vogels en wilde varkens!. Ook is er in het restaurant een grote witte muur ,die 's avond helemaal vol komt te zitten met allerlei hele grote en mooie insecten.Wat een plek!
Een paar uur na aankomst, en net uitgehijgd en uitgezweet, gingen we de trap al weer af, want we gingen voor een 'rivercruise' en het serieuze wildlife spotten. Met zijn vieren, Gert en BonBon (de gids) en de bootman waren we er, gewapend met camera's en verrekijker, helemaal klaar vloor. En onze verwachtingen kwamen uit hoor! We waren nog maar net aan het varen, of we zagen een grote zoutwater krokodil van de oever glijden en vlak daarna een glimp van de zeldzame Pygmee (aziatische) olifant. We denken dat er geen plek is waar je zo relaxed en in zo'n korte tijd zoveel wilde dieren kunt spotten. We hebben die eerste dag, naast de krokodil en de pygmee olifant, nog allerlei soorten hornbills gezien, waaronder de neushoorn hornbill, verschillende arenden, de storm stork (vogel), de Silver Thomasleaf monkey, een troep neusapen en natuurlijk Maquaken. En na de grootste wolkenbreuk ooit (het is zoals Henny ons al had gezegd: een Regenwoud) en een nog groter gevecht met onze wegwerpponcho's, haha!!! kwamen de pygne olifanten ook nog eens op de oever staan. Echt adembenemend!!! Maar alleen al voor de setting zou je zo'n cruise willen doen, echt een heus jungle gevoel. Redelijk afgemat, maar volkomen voldaan zijn we dan ook vroeg naar bed gegaan.
De volgende dag zijn we 's ochtend een wandeling gaan maken over Bukit Belanda (Holland Heuvel) waar we onder aanwijzingen van onze subliem goede gids BonBon enkele grote insecten en reptielen, een miniscule kikker en orchideen hebben gespot. Na een voortreffelijke lunch (het eten bij Gert is te goed!) zijn we voor een tweede keer met de boot de rivier opgegaan. Nu kwamen we bij een touwbrug in een zijrivier aan, waarover een groep neusapen net de rivier overstak! Echt heel mooi om ze van zo dichtbij en helder te kunnen zien en ze zijn echte springkoningen! Verder hebben we die dag nog meer neusapen gezien, hornbills, kingfishers, oriental snakebird, en een python en een catsnake op twee onmogelijke plekken gespot. Het is echt niet te gloven hoe onze gids (BonBon) dat ooit heeft kunnen zien. Maar we hebben ze uiteindelijk ook gezien! De lodge van Gert, the last frontier, en de rivercruise die we ook bij hem hebben georganiseerd waren wel echt een van de hoogtepunten van onze reis. De lodge is klein en het personeel is echt heel goed. Een aanrader voor een ieder!
De volgende dag vlogen we terug naar Kota Kinabalu en het huisje van ...Kees... Na al deze inspanningen was het tijd voor wat relaxen en wel op het eiland Manukan, vlak voor de kust van KK. Hier zijn we met een nogal enthousiast bootje naar toe gevaren en hebben we lekker aan het strand gezeten, een beetje gewandeld, ons verbaast over de hoeveelheid afval en schroot die er in een "maritiem national park" kan liggen en Han en Tom hebben met gevaar voor eigen leven gesnorkeld. De laatste dag in ons huisje bij ...Kees... zijn we met de auto naar Kinabalu park gereden (bij de grote berg die Tom al eens heeft beklommen) om lekker te wandelen. Omdat onze teva's met tenen vooral lekker waren voor de bloedzuigers, waren we al snel weer bij de auto en zijn we doorgereden naar de hotsprings. Toen deze niet veel meer bleken dan een paar warme (zwem)baden met een lichte eier-lucht, zijn we nog even naar een zeer mooie waterval gewandeld en toen weer door het Aziatische verkeer (lees: Duurt lang, duurt nog langer) terug gegaan naar het huisje (van...Kees...).
Dit zou onze laatste avond met Henny en Han zijn, maar zij verastte ons met twee overnachtingen in een superdeluxe resort (waar zij zelf nog twee weken zouden blijven) Echt te lief en voor ons een heus paradijs, waar we nog twee heerlijke dagen met elkaar hebben gehad. Enorm ontspannen bij het zwembad gelegen, lekker gegeten (Japanse Tepanyaki) en Loes is nog naar de spa geweest voor een algen en zeewierverpakking. Na twee heerlijke nachten en dagen in het resort en een te fijne week met Henny en Han, was het tijd om weer verder te gaan met onze reis!
Afgelopen maadag was het dan echt zover om weer afscheid va elkaar te nemen en verder te gaan (na een aantal dikke knuffels). We hebben echt een geweldige week gehad in Sabah!!
Sarawak (Borneo)
En nu? Nu zitten we weer met zijn tweetjes (wat toch wel ff gek was) in Sarawak, de stad Kuching om precies te zijn. Een voor Aziatische begrippen zeer schone en relaxte stad. Het is hier alleen nu al twee dagen een nationale feestdag waardoor we nu eindelijk de tijd hebben om weer eens een blogje te typen, wat jullie bij deze hebben kunnen lezen!!! Het plan is als volgt: We gaan vanuit hier een aantal tours doen en vertrekken vervolgens via Kuala Lumpur, Maleisie richting Laos. Vanuit Laos zijn we van plan om naar het zuiden (via de Mekong) af te zakken Cambodja in, waarbij we vervolgens de grens in Zuid-Vietnam passeren.. Maar of dit ook echt de route gaat worden, dan horen jullie vanzelf!!!
Huishoudelijk
1) We hebben weer een nieuw nummer voor de komende week of twee (want dan gaan we naar Laos en krijgen we weer een nieuw nummer..............)
+60109769501
2) Omdat ons picasa account vol was hebben we een nieuwe aangemaakt, dus ook een nieuw linkje (foto album 2) voor onze volgende foto's en de foto's van ons avontuur met Han en Henny
3) De foto's van Tomohon markt en vooral de foto's en filmpje van de rituele slachting zijn niet voor de "faint harted" of de brakke maag. U bent (nogmaals) gewaarschuwd!
Succes met de verkiezingen daar en lekker genieten van het naderende zomerweer!!
Tot mails, blogs, sms, of iets anders wat met communiceren te maken heeft!
Veel liefs en kus!
Loes en Tom