|
|
Vanuit Ulaan Baatar, Mongolie, een kleine update van ons!
Weetje: Ulaan Bataar is de koudste stad ter wereld... “Goh daar hadden wij geen rekening mee gehouden maar bedankt!” Het is hier koud!!!! Na al dat zweten en de zon op ons hoofd, was het voor ons even wennen om sneeuwvlokken en vrieskou te voelen! Want koud is het hier in Mongolie! Het is overdag ongeveer 10 graden en ’s nachts vriest het 5 graden, das wel ff anders dan de 35 graden waar we vandaan komen. Maar ik zal bij het begin beginnen, want de laaste blog zaten we nog in Chengdu China te wachten op onze trein!
Het is nogal en lang blog geworden, dat krijg je als je rete veel meemaakt. Gelukkig gebeurt in NL zo weinig dat jullie vast alle tijd hebben om alles door te lezen en wij dus geen samenvatting hoeven te schrijven. Enjoy!
We gingen dus per trein door naar Xi’An (jaja, die stad van het terracottaleger). De hardsleeper bleek uiteindelijk helemaal niet zo hard en we hebben nog best een paar uur slaap mee kunnen pikken! Het was wel een beetje krapjes, maar wat wil je met 6 bedden per compartiment? Los van dat alles was het dikke prima en kwamen we op tijd aan in Xi’an, waar we met de bus naar het centrum zijn gegaan om een hostel te vinden (as usual). Uiteindelijk zijn we beland in een oude Chinese (gerenoveerde) woonwijk, wat een museum bleek te zijn, fantastisch!
Xi’an zelf is qua stad niet echt super bijzonder, wel zoals verwacht enorm groot. We hebben ons 4 dagen vermaakt en natuurlijk onszelf volgestopt met dumplings en rijst. Naast dumplings zijn we zeker Het Leger niet vergeten. Met een lokale bus zijn we er naar toe gegaan en hebben een dag rondgeslenterd langs ‘pit 1,2 en 3’. Het terracottaleger is gevonden in drie verschillende opgravingen, die men als toerist kan bezoeken. We hadden gelezen dat we het beste van pit 3, naar pit 2 en naar pit 1 konden gaan (van klein naar groot), dus dat doen wij dan ook braaf. En indrukwekkend bleek het wel te zijn. Jeetje, dat iemand het bedenkt om een leger van terracotta van ongeveer 40.000 mannetjes, paarden, karren en dan ook nog eens per soldaat een andere mimiek en kledingstijl aan te meten ter beveiliging van zichzelf? Daar kan je niet anders dan onder de indruk zijn. We nemen dan ook, zoals een goeie Aziaat betaamd, enorm veel foto’s van de beste mannen van klei, en vervolgen onze weg weer terug naar ons eigen museum.
Onze trein naar Beijing vertrekt op 4 september en is een softsleeper, maar ze hadden het net zo goed een hardsleeper kunnen noemen. Daar kun je dus ook niet echt wijs uit worden en dus enigszins gebroken komen we in Beijing aan. En dan? Beijing is namelijk echt HUGE!!! We hadden gelukkig al een hostel geregeld, dus wisten we welke bus we konden nemen. Beijing is overweldigend, zowel in grootte, geluiden, geuren, kleuren, mensen etc. We slapen in een heuse Hutong, een Chinese woonwijk waar het leven zich op straat afspeelt, super leuk! De mensen hier hebben zelf geen toilet, dus zij moeten iedere dag naar het openbaar toilet (waar de heerlijkste geuren vandaan komen) en de rochels gaan vanzelfsprekend gewoon op straat, en langs onze kuiten. Klein fluimpje is er niets bij hier..
We doen het rustig aan in Beijing, omdat we 10 dagen hebben, voordat onze Trans-Mongolie trein vertrekt! We gaan eerst een beetje rondlopen, slenteren tussen de Chinezen door en eten hier en daar weer een dumpling. Maandags op naar de kledingmarkt, want het kan in Mongolie en Rusland nog wel eens koud worden en we hebben weinig warms om aan te trekken.. Nou, dat is ook een ervaring hoor. Ik (Loes) wist niet dat Chinese meisjes zo agressief kunnen zijn. We wisten van te voren dat het goed afdingen geblazen was. Dat bleek ook wel, want ze zaten gemiddeld 8 keer hoger dan de normale gangbare prijs. Een vestje voor Tom was nog relatief eenvoudig gescoord, mijn vest daarentegen werd bijna oorlog. Ik wilde niet meer betalen en zij wilde (natuurlijk) meer geld. Dat ging niet gebeuren, mijn max prijs was bereikt dus ik liep weg. Zij boos en een soort toneelspelletje opgestart dat ik haar winst wegnam en jadiedadieda. Maar goed, geen geld is geen geld, byebye. Wij doorlopen, zij vet agressief achter ons aanstampen, schreeuwen en smijt mijn vest op een hoop en zegt okay, give! Prima dan, ik betaal netjes en wil nog een zakje, maar dat kost me bijna twee blauwe ogen (ookal heb ik die al). Super kwaad draait ze zich om, kijkt ons niet meer aan en negeert ons. Whatever, ik heb een uberwarm vest voor een normale prijs en zij kan zo op voor een oscar voor beste drama-actrice.
Daarna zijn we er ook goed klaar mee en gaan snel weer weg, de buit is binnen.
We gaan de volgende dag naar de Temple of Heaven, wat een enorm park blijkt te zijn. We lopen heel wat kilometers door het prachtige park heen. De tempel of heaven is niet echt een tempel, maar meer een plek van whorshipping. Het is werkelijk prachtig gerestaureerd. We vermaken ons hier prima voor een paar uurtjes (ook tussen alle groepjes gekleurde hoedjes en vlaggetjes) en gaan vervolgens via de Noord-uitgang richting de Pearl Market, een souvenirsmarkt die je niet mag missen. Althans, het plan is om er naar toe te gaan want ons richtinggevoel blijkt nog niet helemaal geland te zijn in Beijing, haha. We lopen enkele kilometers de verkeerde kant op, om vervolgens met enorm zere voeten en een holle maag bij de Pearl Market aan te komen. Dat blijkt geen markt, maar een vijf-verdiepingen betonnen warenhuis te zijn, waar je niet gezien wordt als mens maar als dollarbiljet. We zijn dus ook binnen 30 minuten weer buiten! Al dat getrek aan je armen en geschreeuw is niet echt wat voor ons. Enigszins uitgewandeld gaan we terug naar onze Hutong voor een welverdiende TsingTao.
De volgende dag staat De Muur der Muren op de planning, dus we zijn maar wat blij dat we zo weinig hebben gelopen de dag ervoor, pfff! Hoe moet dat nou, volledig gebroken en met zere voeten naar de muur? Yep en zoals Mao Zedong al zei: “He who has not climbed the Great Wall is not a true man”. Dus tanden op elkaar, vroeg opstaan en op naar de Chinese Muur. We zijn naar een stuk gerestaureerd en een stuk ongerestaureerde muur geweest, vlakbij Badaling (ongeveer 2,5 uur rijden van Beijing). En ja, het is echt indrukwekkend. Het is lastig om te omschrijven, maar als je omhoog klimt, dan zie je alleen maar muur, 1 hele lange muur (klinkt logisch). Het was best een pittige tocht (zoals je op de foto’s kunt zien, haha), 5 km heen en 5 km terug over de muur, op en neer hiken, over randjes balancerend, uitkijkend over landschappen en afgebrokkelde stukjes muur, maar wat tof!
Een onvergetelijke ervaring, om zo samen over de muur klimmen. Helemaal omdat er geen andere toeristen zijn buiten onze groep (oke, we zijn weer met een tourgroepje meegegaan, maar nu heeft het gelukkig wel enorm goed uitgepakt!). Volledig gebroken komen we weer terug in onze Hutong en liggen er vroeg in.
De volgende dag gaan we lekker slenteren naar MonkeyShrine, de organisatie die onze treinreis naar huis in elkaar heeft geklust. Onze paspoorten zijn klaar (inclusief visum voor Mongolie) en we kunnen onze treintickets ophalen, spannend!. Uiteindelijk hebben we alleen onze paspoorten, maar dat geeft niet. Het Mongoolse visum is er, dus de Trans-Mongolieexpress mag nu ook officieel gebeuren..
Het volgende op ons Beijing-programma is de Tempel van Confuscius en de Lama Tempel. Nee, Ruben, Ruben, Arie en Jeroen hebben hier niet hun eigen tempel, maar dit is een van de best bewaard gebleven tempels van Beijing. Goed, maar eerst gaan we naar de tempel van die oude wijze man. We komen er bij binnenkomst snel achter dat als er een tempel gerestaureerd wordt, dit klaarblijkelijk in dezelfde stijl wordt gedaan. Dus blauw met groen en goud en rood op de daken, een draak en een phoenix en glimmende dakpannen. Aangezien we redelijk ervaren tempel-gangers zijn, valt dit ons een beetje tegen. Helemaal als blijkt dat de Lama-tempel, DE tempel van Beijing (niet dus de tempel of Heaven, want dat is geen tempel), precies in dezelfde stijl, kleur en figuren is gerestaureerd. Los van dit is het absoluut een prachtig geheel en geweldig om doorheen te slenteren. We inhaleren weer onze dagelijkse wierrookdampen en als we er genoeg van hebben, wandelen we terug naar de metro!
Vlakbij ons hostel is het grootste plein ter wereld. Het Plein van de Hemelse Vrede (oftewel TianmenSquare) en dat is werkelijk waar huge. Ik heb nog nooit zo’n groot plein gezien. Ook kun je er er naar het gebalsemde lichaam van Mao gaan, maar dat laten de Chinezen niet zomaar zien natuurlijk. Eerst moet je door 16 security poortjes, 28 tassenscanners en 8 rontgenapparaten, waarna je achteraan mag sluiten in een rij van minimaal 2 uur en er vervolgens achter komt dat je camera nog in je broekzak zit, dus je eerst naar het andere eind van het enorme grote plein mag gaan lopen (weer door die 16 poortjes, 28 scanners en 8 rontgenapparaten) om bij de lockers te komen, en dan vervolgens weer dezelfde weg terug te gaan en achterin de rij te sluiten in de brandende zon.. Dit overkwam ons en we hebben dus niet meer de weg teruggenomen om wederom achterin de rij te sluiten.. Dan maar geen gebalsemde Mao, we doen het wel met een foto van de buitenkant.
We zijn ook nog een dag naar ‘het Vogelnest’ geweest, wat een zeer indrukwekkend staaltje architectuur is. Het Olympisch terrein is (hoe kan het ook anders) ubergroot, maar werkelijk prachtig. Ook hebben we nog een antiek- en curiosamarkt gevonden ergens downtown Beijing. Het was echt een kleedjes-verkoop markt a la de Vrijmarkt in Utrecht, waar teveel rotzooi lag, maar heerlijk was om overheen te struinen. De eennalaatste dag hebben we besteed aan de Verboden Stad. Ook prachtig, maar we waren al weer een mini-beetje sightsee-moe, dus we zijn er in een iets hogere versnelling doorheen gegaan.
En toen kwam de dag dat we onszelf konden voorbereiden op onze treinreis! Noodles en zonnebloempitten inslaan en een wake-upcall voor 5.30 uur in de ochtend regelen. We konden allebei niet slapen van de zenuwen, haha! Zoals gezegd ging de wekker erg vroeg, maar alles stond klaar om te gaan, dus uiteindelijk stonden we om 6 uur in de metro richting Beijing Train Station. Daar stond iemand van Monkeyshrine op ons te wachten met onze kaartjes en zij begeleidde ons naar onze plek in de trein. De trein bleek behoorlijk leeg te zijn, dus we hadden de hele wagon voor onze Monkeyshrine groep, totaaal 5 personen. Tom en ik hebben met zijn tweeen een 4 persoonscompartiment gehad, wat een enorme luxe was! De trein vertrok om 7.45 uur in de ochtend en zou de volgende dag na de lunch in Ulaan Baatar, Mongolie aankomen.
En dan zit je in de trein, de trans-mongolie express. Als we naar buiten kijken zien we niet zoveel.. Ons raampje is namelijk enorm vies, boehoe! Maar het bovenraam kan wel open, dus kunnen we naar buiten hangen en in de gang kunnen we door de andere raampjes kijken. Blijkbaar worden alleen de raampjes in de eerste klas (wij hebben tweede) en de eetwagen schoongemaakt.. We zijn nu al onder de indruk van de treinreis en zitten dan ook gauw in de Chinese eetwagon, want daar kunnen we goed naar buiten turen. We maken vrienden met een Canadese jongen Andrew (die we onderweg onze treinreis naar St. Peterburg nog overal tegen zullen komen blijkt later) en Cris, een Braziliaans meisje. Buiten zien we een stuk van de Chinese muur voorbij komen en vervolgens is er een heel stuk leegte. Dat blijft eigenlijk zo tot en met Mongolie. De grensovergang met Mongolie is een bijzondere, want niet alleen wordt de trein door Immigration & Customs gecheckt, maar ook worden de onderstellen veranderd. De Mongolen en Russen hebben het weer net even anders voor elkaar, door een 10 inch smaller (of was het nou breeder..?) spoor te gebruiken dan de rest van de wereld, dus moeten de wielen aangepast worden. Dat is natuurlijk vet tof om te zien en mee te maken, maar de Lonely Planet en Monkeyshrine adviseren verschillend. De een zegt, blijf in de trein (maar bedenk wel dat je 5 uur lang niet naar het toilet kan) en de ander zegt, ga uit de trein zodat je de hangar in kunt lopen om foto’s te nemen. Wij doen beide. Wij hebben en op het perron geplast en vervolgens een 3 km lang sprintje getrokken naar onze coupe (de aller achterste) om alsnog weer in de (al rijdende) trein te jumpen. Vet spannend, maar uiteindelijk wel gelukt.
Per coupe worden we door een locomotief in een hangar gereden, waarna we met een grote (hydrolische, heb ik mij door Tom laten uitleggen) krik de lucht in werden gekrikt. Heel vaag, je zit in de trein en daar loop je doorheen, maar ondertussen heeft je coupe geen onderstel meer en hang je anderhalve meter in de lucht..Wel mooi om mee te maken, maar uiteindelijk duurde het proces alles bij elkaar een beetje te lang. Om 2 uur ’s nachts was de Mongoolse immigratie pas klaar met alles en kon onze trein met nieuwe wielen haar weg vervolgen. Wij konden toen een tukje draaien.
Toen we wakker werden kwam de zon net op en was het uitzicht adembenemend! Wow! Wat een vlakte en wat kunnen we ver kijken! Ongelooflijk. De steppe van Mongolie met her en der een kudde paarden, een struikje, een ger of een kameel. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is, tuft onze trein door dit surrealistische landschap heen! Fantastisch. Als we naar de Dining-car lopen, ja ons raampje in de coupe is niet schoner geworden van al het zand vannacht van de Gobi Woestijn, bijkt deze vervangen te zijn door een Mongoolse diningcar met serieuze hertenkoppen aan de muur, kleedjes over de tafels, perzen op de vloer en houtsnijwerk aan de muren, haha een andere wereld in de trein. We kunnen er geen genoeg van krijgen om naar buiten te staren, met de verrekijker uit het raam te hangen en foto’s te maken van het voorbijglijdende landschap. Voordat we het merken komt de trein tot stilstand en zijn we in Ulaan Baatar.
De hoofdstad van Mongolie ligt in een vallei en bestaat uit allemaal lukraak neergezette huizen en gers. Alleen het centrum heeft enige structuur en “hoge gebouwen” al met al lijkt het op een groot knullig gebouwd Gronings dorp. En nu maar hopen dat er een pickup is van Monkeyshrine, zoals afgesproken. En ja hoor, voor het eerst in ons leven staat er iemand met een bordje: “ mr. Tom Haarman & Ms. Marloes van den Berg”. Whoehoe, dat zijn wij!!!
Snel stappen wij bij de man van Monkeyshrine in de auto en brengt hij ons naar ons hotel, het Miami Hotel. Een tip: Ga er niet heen. Het is een hotel bedoeld voor andere praktijken dan een hostel/guesthouse. De condooms en kleenex lagen op bed klaar, de geluiden spreken boekdelen en Andrew (die Canadese jongen die we overal tegenkomen en dus ook in dit hotel zat) bleek bijvoorbeeld geen shampoo maar een busje glijmiddel in zijn haar te hebben gesmeerd, haha! Ook dat moet je een keer meemaken. Gelukkig blijven we hier maar 1 nachtje en gaan we eerst onze trip regelen met GertoGer. Ja, we gaan 4 dagen trekken per paard/kameel/ossekar door de steppe van Mongolie van herder-familie naar herder-familie. Hoe vet tof is dat?! Nou dat was het zeker.
Allright, een trektocht van vier dagen naar nomadische families? Jazeker, want dat is wat er hier voornamelijk te doen is in Ulaan Baatar en omgeving. De stad zelf heeft – buiten de Chengis Khaan Cult- niet zoveel cultureels te bieden, dus gaan mensen naar de omliggende provincies. Wij vertrekken naar de Bulgan provincie. Een kleine 4 uur rijden met de lokale bus vanuit Ulaan Baatar. Er is slechts een geasfalteerde weg hier en die gaat van en naar Ulaan Baatar, “immer gerade aus” richting het westen,her en der onderbroken door stukken woestijn. Dus met een halve hersenschudding komen we na 4 uur rijden aan bij een busstop. De busstop is het enige eerste stukje, waar meer dan drie huisjes bij elkaar staan in de afgelopen 2,5 uur. Daar staat een dame van GertoGer ons op te wachten en worden we van de grote bus in een kleine minivan gepropt. Vervolgens scheuren we met 90 km/uur over de steppe, wat niet bepaald een effen oppervlakte heeft. We vliegen van voor naar achter en hangen ongeveer ondersteboven in de kofferbak als we na 30 min. de afslag bij het 16e bosje heide nemen en bij onze eerste ger aankomen.
De eerste ger. Jeetje, er staan twee ger’s, een halve omheining en heel veel paarden. Ohja, en natuurlijk een satellietschoteltje op zonne-energie. De familie Byambatogtoh (prachtige mensen) komen ons begroeten, samen met twee enorme honden. Even tussendoor, de herders op de steppe hier hebben geen hond als huisdier, zoals wij dat kennen. Dit zjin allemaal wilde honden, die ’s nachts het vee bewaken tegen dieven en wolven in ruil voor eten. Ze zijn absoluut niet vriendelijk, blaffen naar iedereen en uber-waaks (wat voor jou, Rianne?). Een beetje eng zijn ze dus wel, want ze gaan natuurlijk los als we uitstappen. Maar mr. B verkoopt ze een schop en dan zijn ze weer weg (en nee, dat is niet zielig).
Van zijn vrouw krijgen we (naast een enorme glimlach) een warme milk tea (het ger-drankje waar we de komende 4 dagen ongeveer in verzuipen) en een zuivel snackje. Mr. B. heeft 3 kamelen, ongeveer 40 paarden, 300 geiten en schapen, 1 oude geit, twee honden dus, een heleboel niets en een fantastisch uitzicht! Als ik vraag waar het toilet is, krijg ik een nog grotere glimlach van ms. B. Kijk eens om je heen, is de toilet groot genoeg? Haha, oke dan maar op zoek naar een wat groter bosje heide om achter te kruipen..Milieubewust zijn ze hier ook, de paardenmest gaat op het kacheltje in onze ger, wat best lekker ruikt (oke, klinkt raar, maar is echt zo). Vervolgens gaan we mee met het melken van de paarden, nadat 7 veulentjes eerst drinken. Waar we al snel achterkomen als we zo tussen de kudde paarden lopen is dat paarden enorm veel winden laten. Haha, het is een geknetter van jewelste hier. Na het melken maakt ms. B pannekoeken op de deksel van ons kacheltje, waar ze voor ons uiteindelijk noodles van maakt plus geit/schapenvlees en wortel.
Vervolgens gaan we voor onze eerste rit op een kameel. Die van mij (Loes) is nogal aan het boeren en heeft enorm slappe bulten (ze lijken wel leeggelopen en omgewaaid), waardoor het nogal lastig vasthouden is. Tom zit op een enorme fluffy kameel en zo gaan we op naar een rotsformatie waar de herders regelmatig hun respect laten blijken. Er worden blauwe zijden linten aan vastgebonden en geld tussen de rotsspleten gestopt.
Bij de rotsen wordt mr B. onverwachts vervangen door de broer van ms. B. mr Tan (waarschijnlijk moest mr. B op de thee bij de buren). Dan is het tijd om terug te gaan en maakt ms. B. rijst met vlees, wortel, aardappel en gaat de kachel aan en is het tijd om in onze mongoolse bedjes te gaan slapen.
De volgende ochtend staan we om 6 uur op en zien een prachtige zonsopgang op de steppe. De geiten worden weggebracht en gemolken en als ontbijt hebben we koekjes, milktea en kaas. Dan volgt een fotosessie in heuse mongoolse kledij, wat een prachtige en trotse mensen zijn de Mongolen hier. Om bij de volgende familie te komen moeten we 12 km te paard (Tom) en kameel (Loes) afleggen. Tom had wat kleine opstartproblemen met zijn ros, maar daarna was hij een heuse Clint Eastwoord. Spannend is het nog wel, als we door een moeras gaan met de kamelen en het paard, ze gleden continu weg en struikelden veel, maar gelukkig zijn we niet gevallen. Daarna hebben we een stuk gelopen en de dieren laten grazen (vreemd gevoel, je eigen kameel of paard uitlaten in de steppe). Vooral als je kameel de neiging heeft boeren te laten in je gezicht...., het hoort er allemaal bij.
Bij aankomst bij de volgende familie zien we drie gers in totaal, wat een luxe. Wederom een satelleliet op zonne-energie. Een kookger en een slaapger met allebei prachtige kleuren binnenin. De jongste dochter is meteen vrienden voor het leven met Tom. Het toilet is hier niet “the great outdoor”, maar een gat in de grond met een zeildoek eromheen (en nee, dit is geen verbetering ten opzichte van het hoge heidebosje). Na een flinke dosis milktea gaan we op de ossekar met een oude piepende, diarreende os, die op een gegeven moment door zijn hoeven zakt. Uiteindelijk komen we bij zandduinen uit, waar we goed genieten van het prachtige uitzicht & landschap. Daarna met de halve zandduinen in onze schoenen terug naar de ger. We krijgen verse yoghurt voorgeschoteld, wat echt super lekker is. Voor het slapen gaan hoeden Tom en ik nog even 250 geiten weg, die voor onze gerdeur stonden. Naast dat paarden veel winden laten, kamelen veel boeren zijn we er ook achtergekomen dat geiten veel proesten, vet grappig, maar niet als er 250 voor je ger staan en je wilt gaan slapen.
Het ontbijt is gewone thee, witbrood met een erg dik boter-melk met vel mengsel en suiker en een kleffe zoete donut. Het weer is koud, met zon en gure wind. De bagage gaat op de motor naar de volgende herderfamilie en wij gaan straks per paard naar ger drie. Ik en paardrijden blijkt uiteindelijk niet de beste combinatie, dus ik ga voor de gemotoriseerde ros (nieuwe motor van de herder) en Tom hobbelt met zijn paard verder (op een houten zadel, de held!). Motor- en paardenrit is prachtig en gaat dwars door de zandduinen. De derde ger ligt op een heuvel, vlakbij een mooi meer en groenig landschap. Bij aankomst mocht Loes direct aan de Airag (gefermenteerde paardenmelk met alcohol) en koekjes. De Oma (92) van de familie zit op de bank te boeren en te winden wat hier heel normaal is, drie vrouwen maken op 30 cm allerlei gevulde deeghappen (waarschijnlijk geit/schapenvlees) en een kleine uk van nog geen 1 jaar hangt een beetje aan de tafel.Kortom een zeer bijzonder tafereel. Als ook Tom (met blauwe ballen) aankomt zit de hele ger al snel vol met mensen, waardoor de familiebanden nog onduidelijker worden. We eten de gefrituurde deeghapjes, best lekker.
De Airag wordt doorgepaasd en er wordt druk gekletst en gelachen, alleen verstaan we er helemaal geen hol van. Maar gezellig is het wel!
Onze ger heeft helaas geen verwarming en dat gaan we weten die nacht.. Tom presteert het trouwens nog wel om van zijn ros geslingerd te worden, met zijn voet in de beugels te blijven hangen en zo 8 bosjes heide mee te nemen in zijn tocht totdat zijn voet losschiet. Fijn, die waakse wilde honden die iedereen enigszins in de buurt (dus ook paarden) aanvallen.. Dan is de zon onder en valt het leven hier stil!! En dat het dus koud kan worden in Mongolie, daar komen we snel achter. Zeker op de steppe in een ger zonder kachel met twee dekentjes... Als we wakker worden sneeuwt het in onze ger, ademem we enorme wolken stoom uit en zijn onze tenen blauw. Kortom het is best fris hier en we hebben niet heel veel geslapen..
We maken die ochtend een mooie wandeling door de steppe (met allebei een Mongsoolse jas onder onze kleding tegen de kou). We vertrekken aan het einde van de dag weer met de minivan naar de grote bus, om vervolgens om een uurtje of half 10 ’s avonds weer onze ‘ eigen’ ger open te maken en ons warme bedje in te duiken. Wow, het was echt een prachtige ervaring. Volledig in het Mongoolse nomadische leven te zijn ondergedompeld, voor ons iets om nooit meer te vergeten.
Helaas is het nu in Ulaan Baatar niet veel warmer geworden en hebben we dus maar al onze zomerse kleren over elkaar aangetrokken en een lange onderbroek aangeschaft, om het nog een beetje warm te hebben hier in in 8 graden overdag en -5 ’s nachts.. Hopelijk is het in Moskou wat beter dan dit, want anders wordt het goed bikkelen voor ons.
Het is nu woensdag de 22e september en we vertrekken over 2 dagen naar Moskou. Dat is een (nonstop) treinrit van 5 dagen, zonder douche, dus dat wordt lekker stinken in de trein, haha. We zitten in DE trein, namelijk nummer 5. Dat schijnt de trein te zijn vol alle Mongoolse en Russische handelaren, dus we nemen maar een flesje wodka mee en een doos instant noodles en dan zijn we er klaar voor. Helaas weten we nu al dat we 11 uur mogen wachten aan de grens met Rusland. Ze doen er lekker rustig over om alle paspoorten te controleren, dus we zijn benieuwd.
De verdere planning is als volgt:
De 29e sept zijn we in Moskou, waar we een city tour hebben. Ook nog een biertje met Wyp (mijn oud-huisgenootje uit Groningen) gaan drinken, een balletvoorstelling meepikken en op 1 oktober weer vertrekken per trein naar St. Petersburg. Daar hebben we nog een operavoorstelling in het Marrinsky-theater en willen we graag naar de Hermitage. Vervolgens stappen we 3 oktober op de trein naar Warsaw, waar we dan 4 oktober aankomen om vervolgens over te stappen (gelukkig hebben we daar 14 uur de tijd voor..) op de trein naar Utrecht Centraal, waar we op 5 oktober om 10 uur ’s ochtends zullen aankomen. En dan, dan zijn we weer thuis (waarschijnlijk zal ons laatste blog ook uit Nederland komen).
We hebben er zin in om iedereen weer te zien, maar we gaan eerst de komende twee weken nog even volop genieten van ons laatste deel van deze prachtige reis!
Vanuit Mongolie een hele dikke kus en tot gauw!
Tom & Loes
PS alle foto’s staan weer zoals vanouds onder de fotoalbums (zie links). Picasa werkt wel in Mongolie.
Categories: None
The words you entered did not match the given text. Please try again.
Oops!
Oops, you forgot something.